Easy Eye Sound EES 043
overtuigd traditionalist
Op zijn negende album doet de Engelse zanger-gitarist James Hunter in zijn twaalf nieuwe songs eigenlijk niets anders dan op de vorige acht: hij speelt met zijn groep rhythm ’n blues zoals Jackie Wilson, Sam Cooke en Drifters-zanger Clyde McPhatter die zongen in de jaren vijftig en vroege jaren zestig en die dus neigt naar doo-wop en vroege soul. Daarin verwerkt hij echter ook invloeden uit Zuid-Amerikaanse muziekgenres als bossa nova, mambo, samba, cha-cha-cha, Northern soul en jazz.
Dat doet hij uptempo, maar ook in een enkele effectieve ballad, begeleid door drummer Albin Petschauer, bassist Myles Weeks, toetsenist-percussionist Andrew Kingslow en twee blazers: tenorsaxofonist Drew Vanderwinckel en barotnsaxofonist Michael Buckley.
Die songs blijven vijf keer onder de drie minuten en zes keer onder de vier, zo ook een traditie van destijds huldigend.
Zelf speelt Hunter effectieve gitaarpartijen en scherpe staccatosolo’s, maar hij zingt vooral. Dat doet hij met zijn kenmerkende stem, die wel duidelijk schor geworden is.
Met dat geluid
overtuigt de man die zijn teksten begint met het verzamelen van zoveel mogelijk synoniemen voor kernwoorden, daar rijmwoorden bij zoekt en daarmee vervolgens een tekst in elkaar puzzelt. Hij bezingt in al zijn songs de liefde en is daarbij soms ook persoonlijk: zo gaat ‘Here and Now’ over de liefde voor zijn tweede vrouw.
Het wonderlijkste aan dit kwalitatief goede album is nog, dat Hunter en de zijnen het opnamen met als producer Bosco Mann, medeoprichter van Daptone Records, het platenlabel dat hem enthousiast verwelkomde en waarop hij vanaf 2016 tot en met zijn vorige album zat.
Deze nieuwe komt echter uit op het label van Dan Auerbach, de helft van de Black Keys. Die verleende de groep wel onderdak, maar hield zich verre van muzikale inmenging, al was hij een van de drie mixers. Zo kon Hunter voortgaan op de ooit door hem ingeslagen weg.
In zekere zin is de cirkel daarmee rond, want net als op zijn solodebuut ‘Believe What I Say’ (1996) zingt Van Morrison, zijn ontdekker, weer mee. Destijds deed hij dat echter op twee nummers en deze keer op een.
Hunter eert ook andere invloeden, want hij droeg het album op aan Tommy Byrne, een van de zangers van de Engelse Four Ramblers, en een goede vriend vanaf het moment dat nog niemand zijn derde album wilde uitbrengen.
***1/2
Eerdere berichten over James Hunter vind je in de categorieën Nieuws, Rootsmuziek op radio, tv en internet, Kippenvel’s Top Zoveel en De rode draad.