Who-gitarist Pete Townsend kijkt met gemengde gevoelens terug op de jaren zestig en zeventig.

Zo heeft hij er spijt van, dat hij zijn gitaren pleegde stuk te slaan tijdens of na de optreden van de groep. Hij vindt dat nu een verspilling van tijd en wonderlijk genoeg niet van geld.

Niet alleen vond hij Who-drummer Keith Moon een ‘eikel’ als die weer eens een tv door het raam van zijn hotelkamer naar buiten gooide, dat vond hij zichzelf ook als hij een van zijn gitaren aan stukken hakte.

Overigens zegt hij ook, dat deze vorm van zelfdestructie rechtstreeks afkomstig wassen uit zijn lessen op de kunstacademie en dat het ervoor zorgde dat de groep werd opgemerkt en dat mensen daardoor naar hun muziek gingen luisteren.

Over wat hij de ‘hippiegeneratie’ noemt is hij niet erg positief: die heeft de macht verkeerd gebruikt, stelt hij.

Eerst leefden ze ‘losjes’, doordat ze het gevoel hadden geen doel in het leven te hebben. Door de drugs en de pil konden ze doen wat ze wilden, maar toen ze de macht kregen hebben ze die verkeerd gebruikt: het hippietijdperk had volgens Townsend iets veel mooiers kunnen opleveren dan het deed. Ook trekt hij die lijn door naar vandaag.

Voor het hele interview moet je overigens het nieuwe nummer van ‘The big issue’ kopen, de Engelse daklozenkrant:

www.bigissue.com/latest/pete-townshend-reckons-we-may-repeat-the-same-mistakes-as-his-generation

 

Eerdere berichten over The Who en Peter Townsend vind je in de categorie Nieuws.