Metropolitan Groove Merchants

MGOLD002CD

té zonnig

Op hun tweede groepsalbum als Minor Gold zetten Tracy McNeil en Dan Parsons tien songs, die ze opnamen met drummer Austin Beede en producer Dan Horne. Hij speelde ook percussie, bas en pedal steel en had  zo dus een grote invloed op het geluid  van het duo, dat zich op hun naamloze debuut in 2024 liet kennen als songschrijvers die roots en pop naadloos mixten.

Dat talent hebben ze nog steeds: opnieuw spelen McNeil en Parsons akoestische gitaren en zingen ze samen op met hun stemmen dicht tegen elkaar aan, al zijn er nummers waarin Parsons de lead zingt en McNeil alleen in de koortjes te horen is. Hij speelde in het titelnummer ook elektrische gitaar en Fender Rhodes.

Alle tien de door hen samen geschreven songs hebben even melodieuze als zich makkelijk in het geheugen nestelende melodieën. De muziek dient daarbij opnieuw terecht de zang, maar zit vol details die er diepte aan geven.

Net als op hun debuut zit in hun nummers een combinatie van luchtigheid en loerend leed. Soms bezingen Parsons en McNeil dat verdriet ook, maar in andere songs klinkt die tegenstelling eerder door in de melodie of de instrumentkeuze dan in de tekst.

Zo blijft ‘Pretty Peggy’ ondanks Peggy’s onbereikbaarheid

vooral vrolijk, ook door de  combinatie van staccato aangeslagen akoestische gitaren  en percussie die enigszins aan sommige van Joni Mitchell’s uptemponummers doet denken. In ‘Moonlight Silver Highway’ en ‘Love is a Killer’ bezingen de twee ingetogen hun gemis, terwijl Parsons overtuigend bewijst hoeveel moed ervoor nodig is om lief te hebben in ‘Leave a Light On’.

Horne soleert in bijna alle songs zangerig op steelgitaar, maar of hij met die voor dat instrument kenmerkende nasaliteit de gevoelens van McNeil en Parsons aanzet of ervan afleidt, is de vraag. Dat geldt ook voor Rachel Baiman’s country fiddle in ‘Handstand’, want ook die creëert eerder afstand tot de bezongen gevoelens dan iets anders.

Parson’s solo in ‘Way to the Sun’ onderstreept de tekst venijniger én gelaagder, maar in songs waarin gitaar- of fiddlesolo’s ontbreken, overtuigen de emoties in hun relatieve kaalheid nog meer: hij en McNeil hebben aan een dienende begeleiding onder hun stemmen genoeg, zoals blijkt in ‘Leave a Light On’ en ‘Hair Hang Down’. Als dit op alle manieren goede album op die manier was geproduceerd, had het een even introspectief als aangrijpend meesterwerk kunnen zijn.

***1/2