De Drent Daniël Lohues is een fascinerende singer-songwriter die maar liefst zeventien studioalbums en een livealbum maakte sinds 2003.

Hij combineert laconieke overpeinzingen met onvoorwaardelijke gedachten over liefde en leven en schrijft daar vaak intieme muziek bij.

Zo gaat in veel van zijn songs alle aandacht naar die teksten, al zijn zijn instrumentaties bijna altijd zeer verzorgd en jaloersmakend sfeervol.

Daarvoor moet je om zijn teksten heen luisteren en dat is niet makkelijk, want Lohues is een zingende filosoof die zijn hartzeer niet onder stoelen of banken steekt, maar die doodkalm en bijna mompelend bezingt.

Op mijn website vond je al allerlei berichten over Lohues in de categorieën niets, concerttips, rootsmuziek op radio, tv en internet en luisterpalen.

Mijn recensies van ‘Gunder’ en ‘Zo is ’t goan’ stonden uiteraard al in de rubriek recensies roots, maar voor muziekmagazine Heaven schreef ik door de jaren heen nog vier recensies over andere albums die hij uitbracht. Drie daarvan werden in hun geheel  geplaatst; alleen van mijn recensie van ‘Sowieso’ werden slechts fragmenten gebruikt in de destijds bestaande rubriek ‘Ook verschenen’.

Die publiceer ik nu alsnog op mijn site, doordat Lohues nu zijn ‘Verzamelaar’ heeft uitgebracht en zo ook terugkijkt.

Met 24 bevat die wel een groot aantal nummers maar toch ook vooral heel veel niet.

Via die recensies kun je dan zelf bepalen of het alsnog aanschaffen van de originele albums niet een betere beslissing is dan het kopen van die verzamelaar:

Sowieso                                                                             

brief van een vriend in nood

In de dertien songs van zijn inmiddels twaalfde album verzoent de immer productieve Daniël Lohues de zielen in zijn borst niet. Zijn rockende songs scheppen echter afstand tot zijn teksten, al zijn die ook vermoedelijk even autobiografisch als altijd. In de akoestische komt zijn afrekening met de liefde harder aan met desolate songs als ‘Wat doen we nou’ en ‘Van de liefde’. Toch weet niemand behalve hij, waarom hij zijn tournee annuleerde.

***

gepubliceerd in Heaven 126, mei-juni 2020

Elektrisch                                                                                

vlees noch vis

Daniël Lohues groeide met zijn op ingehouden muziek gezongen levenswijsheden niet alleen uit tot nationale troeteldrent, maar ook tot laconieke, stereotiep Nederlandse filosoof. Sinds 2006 relativeert hij namelijk al elf albums lang in veel songs op inventieve manier liefdesverdriet tot iets waarbij hij wel een traan moet wegslikken, maar daarna de schouders ophaalt en zijn zegeningen telt. Ook zingt hij aanstekelijk over zijn diepgewortelde verlangen om weg te zijn en het juist tijdens zijn reizen opstekende heimwee naar thuis.

Daarbij is zijn rootsy, ingehouden gespeelde muziek essentieel: die op allerlei vormen van americana geënte melodieën ondersteunen zijn woorden sfeervol, maar zijn ondanks hun subtiele accenten dienend genoeg om de volle aandacht op de teksten te laten vallen.

Daarbij kwam zelden rock ‘n’ roll om de hoek, al opende voorganger ‘Vlier’ met twee muzikaal voortrollende niemendalletjes die ook tekstueel niet erg diep gingen. Blijkbaar waren die een voorbode van Lohues’ heftig gekoesterde verlangen na al die jaren weer eens onvoorwaardelijk en heftig te rocken.

Dat is dan ook precies wat hij op dit live-album veertien songs lang doet met Bernard Gepken op gitaar, Reyer Zwart op bas en Bram Hakkens op drums, een in dit verband een omineuze naam. Zij waren ook Lohues’ begeleiders op ‘Vlier’ en worden hier aangevuld door Ferry Lagendijk op toetsen.

Het resulteert in met hoorbaar plezier messcherp, maar rechttoe-rechtuit gespeelde en gezongen nummers waarin zij geen elektriserend mysterie weten op te wekken en waarin tekstnuances slechts in een enkel minder orgiastische song overeind bleven.

**1/2

gepubliceerd in Heaven 121, juni-augustus 2019.

 

D                                                 

doorgaan

Op zijn achtste echte solo-cd blijft Drentes beroemdste singer-songwriter zijn liefdes volkomen trouw: Amerikaanse rootsmuziek, Drente en zijn streektaal, zijn onrust, zijn zelfverkozen eenzaamheid, zijn verlangen naar ‘joe’ en zo dus ook zichzelf.

In vijftien opnieuw met bassist Guus Strijbosch, gitarist Bernard Gepken en technicus Bart Wagemakers opgenomen songs doet hij verslag van scènes uit zijn leven. Hij is daarbij laconiek als vanouds, hoewel hij in deze songs nauwelijks onderkoelde grappen maakt. Lohues lijkt zijn gevoelens te beteugelen door afstand te nemen en er zo objectief mogelijk commentaar op te geven.

In minstens negen van deze songs verdwijnt die afstand, als hij zingt over zijn door hemzelf op afstand gezette geliefde. Hij heeft daarmee vrede, hoewel hij er paradoxaal genoeg ook spijt van heeft. Lohues toont zich zo meer dan ooit een compromisloze romanticus in een staalkaart van rootsy stijlen.

****/8

gepubliceerd in Heaven 90, mei-juni 2014

Ericana                                                                                                                   Rootsy popperhoofd

Daniël Lohues nam deze cd thuis in Erica op, samen met bassist Guus Strijbosch, gitarist/banjospeler Bernard Gepken en technicus Bart Wagemakers. Zij speelden ook mee op Hout Moet en Gunder. Dat deden zij in Lohues’ eigen voorkamer, maar met digitale techniek, zo intimiteit combinerend met professionaliteit.

Hij bewijst in veertien songs vooral opnieuw geïnspireerd te zijn door Amerika, want hij wisselt rootsrock af met folk en pure pop (helaas) met reggae. Hij toont zich weer een meester in even simpele als prachtige melodietjes (Liefzeer, Weiteveen en Blauwe maondag b.v.) en is zo net makkelijk geestig als romantisch of filosofisch. Lohues kan een anekdote bovendien algemeen laten gelden door zijn terloopse woordkeus en door zijn stem vol spijt.

Zijn songs zijn wat beter op elkaar afgestemd dan die op Gunder en vormen zo weer een genre op zich, zoals de cd-titel ook al knipogend vaststelt.

***1/2

gepubliceerd in Heaven 84, mei-juni 2013