Strolling Bones SB66 CD

pure protestpop

Spencer Thomas nam zijn tien nieuwe songs op met producer Nate Nelson. Negen schreef hij zelf en een met Cody Rogers. Thomas speelde bas, drums, akoestische gitaar, percussie en synthesizer, terwijl Nelson de drummachine programmeerde. Ze maakten slechts in vier nummers gebruik van andere muzikanten: Ben Hackett – klarinet en fluit, Annie Leeth – viool, Lars Hefner – elektrische gitaar en Schaeffer Llana –  achtergrondzang.

In zijn songs knipoogt zanger Thomas stevig naar Lou Reed, Warren Zevon, Tom Petty en Randy Newman, namen die hij zelf ook noemt.

Opener ‘This is Your Life Now’ refereert muzikaal namelijk wel heel duidelijk aan

Reed’s vroege solohit ‘Walk on the Wild Side’, terwijl in ‘Video Farm’ Thomas’ slepende zeurzang ook aan die van Reed doet denken, nog versterkt door het vraag-en-antwoordspel met de achtergrondzangeressen. In het intro van ‘Jim’ duikt dan weer de invloed van Bob Dylan’s ‘Knockin’ on Heaven’s Door’ op.

Thomas’ muziek heeft weliswaar invloeden uit roots, maar zijn soms even rijke als wollige gebruik van synthetische strijkers trekken zijn nummers onvermijdelijk richting popmuziek, hoewel er ook twee keer stekelige gitaarsolo’s in zitten (‘Video Farm’, ‘Jim’ en het titelnummer).

Door bij de muziek van zijn invloeden aan te sluiten betuigt hij eer aan een aantal klassieke helden, maar Thomas is tekstueel wel helemaal van deze tijd:  hij hekelt de continue drang van velen om voortdurend aanwezig te zijn op de sociale media even hard als de al even onweerstaanbare aandrang anderen continu te volgen, het gebrek aan echt contact dat daarvan het gevolg is, de trollen die die media misbruiken en de naamloze ondernemers die veel aan dat alles verdienen.

Meestal bewaakt hij daarbij muzikaal een afgewogen evenwicht, maar in ’The World is Fucked and I Love You’ overspeelt hij ondanks de actuele tegenstelling tussen het waanzinnig woeden van de wereld en de liefde

zijn hand met overstuurde en gejaagde synthesizers, zo in zijn volle omvang de eurodisco van de jaren tachtig oproepend.

Hoewel Thomas zegt zijn inspiratie voor die song te hebben gehaald bij Zevon’s ‘Trouble Waiting to Happen’(1987) geldt dat meer voor het thema dan voor de muziek, want de kenmerkende synthesizerrif vertoont opvallende overeenkomsten met V. O. F. De Kunst’s ‘Een kopje koffie’, al is dat vermoedelijk toeval. Waarschijnlijker is, dat Thomas zich baseerde op het Braziliaanse ‘Verde e Amarelo’ uit 1985 van Roberto Carlos.

Toch sluit hij positief af in ‘So Lucky when the Music Plays’. In dat nummer overwinnen het menselijk contact en de liefde de moderne leegte op een album dat muzikale traditie paart aan eigentijdse thematiek.

***1/2   

Mijn recensie van Tomas’ ‘The Joke of Life’ vind je in recensies pop.