elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: nieuwe recensies (Page 1 of 14)

Tegenbewegen – BJ’s Wild Verwant

Continental Europe CECD107

persoonlijk en politiek

De meestal bedachtzame en melancholieke songschrijver, zanger, multi-instrumentalist en producer BJ Baartmans maakte van zijn zeventiende soloalbum een bij vlagen fel en maatschappelijk betrokken album.

De tekst van opener ‘Smeerpijp’ is zo woedend en direct, dat die bijna pamflettistisch is. De muziek sluit daarbij nauw aan: voor muzikaal avontuur is er in de rauwe rock-’n-roll van dat nummer geen plaats tot de laatste 25 seconden, waarin meer onverwachts gebeurt dan in de bijna vier minuten daarvoor.

Ook in ‘Fundamentalist ‘, ‘De ballade van Ingrid van ex Henk’, ‘Links & rechts’ ‘Waarom moet alles altijd anders ‘, ‘Ai, ai, ai’ en ‘Gestemd’ komen de onderwerpen uit de actualiteit, al zijn die teksten wat reflectiever.

Baartmans’ in die nummers verwoorde gevoelens komen naar eigen zeggen voort uit de inspiratie die zijn kinderen hem gaven bdat ze hem verrasten met door hen gespeelde versies van een aantal van zijn songs: in twee weken tijd schreef hij tien nummers, arrangeerde ze en nam ze op, net als nieuwe versies van zijn uit 2005 stammende, toen Engelstalige ‘Fundamentalist ‘ en ‘Lot’ van ‘Wild verband’(2008), nu met Hamid Reza Behzadian, die mondharmonica speelt en een Mohan Veena, een Indiase slidegitaar.

Zijn kinderen doen dan ook alle drie mee: Tom speelt op negen van de twaalf songs bas en Anna en Moos zingen ieder in een song, terwijl de eerste daarin ook gitaar speelde en de laatste de foto’s voor de hoes maakte.

Baartmans wilde speciaal voor hen met dit album iets stellen dat beklijft en troost tegenover zijn eigen gevoelens van bezorgdheid en boosheid.

Dat lukt zowel tekstueel als muzikaal het beste in de nummers waarin hij

Continue reading

Where the Willow and the Dogwood Grow- Words and Music Tom Waits and Kathleen Brennan – diverse artiesten

ACE CDTOP 1664

de beperking en de meester

De fans van Tom Waits wachten al heel lang op nieuw materiaal van de Malle Pietje van de rootsmuziek, maar het lijkt erop dat Waits zijn carrière in 2011 afsloot met de knal die het album ‘Bad As Me’ was: als hij sporadisch al een keer opduikt, is dat in een documentaire of speelfilm of met een incidentele samenwerking, zoals in april van dit jaar op een nummer met Massive Attack.

Of deze negentien covers hun honger kunnen stillen, kunnen zij alleen beantwoorden. Er is echter reden daaraan te twijfelen, hoezeer het gerenommeerde label Ace ook zijn best heeft gedaan op deze compilatie: het label verzamelde namelijk al eerder uitgekomen versies van Waits-songs die door de decennia heen door allerlei grote en kleine artiesten op hun albums werden gezet.

Het oudste nummer is een liveversie van ‘Jersey Girl’ door Bruce Springsteen & the E Street Band van een concert in New Jersey uit 1981, Waits’ liefdesverklaring aan Kathleen Brennan. Zij was de scriptanalist van de film ‘One From the Heart’ van regisseur Francis Ford Coppola, waarvoor Waits de soundtrack schreef en zong, dat laatste overigens samen met Crystal Gale.

Die opener is een terechte keuze, want niet alleen trouwden Waits en Brennan in het jaar dat Waits’ versie uitkwam, zij zou vanaf dat moment ook een enorme invloed hebben op zowel Waits’ manier van songschrijven als van muziek maken: zij is op dertien van de negentien songs op dit album de coauteur en heeft Waits ook duidelijk beïnvloed bij het maken van muzikaal revolutionaire albums als ‘Swordfishtrombines’, ‘Rain Dogs’ en ‘Frank’s Wild Years’ door hem het werk van Captain Beefheart en het duo Bertold Brecht en Kurt Weill te laten horen.

Met die eigenzinnigheid worstelen artiesten als bijvoorbeeld

Continue reading

Royal – Jesper Lindell

Yep-312

tweede deel bedevaart

Dat de Zweedse zanger-gitarist Jesper Lindell samen met zijn Brunsvikk Sounds de inspiratie voor zijn songs vooral haalt in de Verenigde Staten, hoeft geen verrassing te zijn voor wie zijn albums ‘Everyday Dreams’, ‘Twilights’ en ‘Before the Sun’ kent.

Die voorliefde bleek ook op ‘3614 Jackson Highway’, waarop Lindell en zijn groep negen songs zetten die ze niet alleen in de fameuze Muscle Shoals Studios opnamen, maar ook selecteerden uit de nummers die die studio fameus maakten.

In de Royal Studio in Memphis volgden Lindell, drummer Simon Wilhelmsson, bassist Anton Lindell, toetsenist,  accordeonist, arrangeur en co-producer Rasmus Fors, toetsenist Carl Lindvall en gitarist Jimmy Reimers hetzelfde recept.

Dat resulteerde opnieuw in negen songs, hoewel sommige daarvan stammen uit de opnamesessies in de Muscle Shoals-studio’s.

Opnieuw mengden de Zweden klassiekers als ‘I Can’t Stand The Rain’ (Ann Peebles), ‘When Something Is Wrong with My Baby’ (Charlie Rich en Sam & Dave) en ‘The Letter’ (The Box Tops) met al even klassieke, maar minder bekende nummers als

Continue reading

Let’s Go To Town – Remmelt, Muus en Femke

Remmelt Records

www.remmeltmuusfemke.com

terug van niet weg geweest

Het Haagse singer-songwritertrio Remmelt, Muus en Femke maakte indruk met hun albums ‘Bridging the Gap’(2001), ‘The Long Way Around’(2005) en ‘Evensong – Live’(2007), maar bracht daarna geen muziek meer uit. Wel verscheen in 2010 nog wel het iets steviger klinkende soloalbum ‘Ready As I’ll Ever Be’ van Femke Japing. Ook bleven ze optreden en vanaf 2012 was bassist Matto Kranenburg er tijdens de concerten bij voor ritmische ondersteuning.

Nadat in 2025 hun single ‘Let’s Go To Town’ uitkwam, is er nu een digitale EP met dezelfde naam met daarop zes songs.

Daarin bewijzen Remmelt, Muus en Femke terug te zijn, want vanaf de slepende opener ‘Lose Yourself’ klinken de

Continue reading

Grateful – The Red Clay Strays

RCA Records/HBYCO Records 19958-43497-2

vormvast

De Amerikaanse Red Clay Strays hebben de wind mee. Hun debuut ‘Moment of Truth’ ging in 2024 uiteindelijk toch lopen na een TikTok-filmpje en voor die eerste kregen ze een American Country Award in de categorie New Vocal Duo or Group of the Year, zij het pas in 2025. Dit jaar wonnen zij die van Group of the Year. Dat was beide keren verrassend, doordat zij op die twee albums eerder een countryrockgroep waren dan iets anders.

Ook ‘Made By These Moments’ was succesvol, hoewel drummer John Hall, bassist Andrew Bishop, gitaristen Zach Rishel en Drew Nix, toetsenist Sevans Henderson en zanger-gitarist Brandon Coleman daarop een iets andere koers insloegen onder leiding van producer Dave Cobb. Twee keer speelden ze namelijk een snelle rocksong en een keer een rockabillynummer, songs waarin het Coleman aan de ruimte ontbrak om zijn emotionele zang uit te buiten.

Doordat Cobb de elf songs van deze derde ook produceerde en er bovendien op meespeelt op elektrische gitaar en ‘gitaar’, was het de vraag in welke richting de Red Clay Strays zich zouden ontwikkelen.

Als er echter al sprake was van een recept voor dit album, was dat muzikaal hetzelfde als voor ‘Made By This Moments’, want

Continue reading

East River Blues – Chris Bergson

Continental Blue Heaven/Continental Record Services CBHCD 2063

liefdesbaby

De New Yorkse zanger en gitarist Chris Bergson maakt al dertig jaar albums en leek vorig jaar in Europa door te breken met zijn album ‘Comforts of Home’, waarop zanger-toetsenist Moses Patrou drie keer koortjes zong en drumlegende Bernard Purdie twee keer meedeed.

Van zijn tiende maakte Bergson zijn eigen jubileumalbum en dus vond hij inspiratie in blues en jazz, twee van zijn favoriete genres. Hij werd immers al in 2015 gekozen tot lid van de New York Blues Hall of Fame en is ook universitair hoofddocent gitaar en compositie aan het Berklee College of Music in Boston.

Voor deze zeven nummers vroeg hij drummer Herlin Riley, bassist Larry Grenadier en drie keer opnieuw saxofonist Jay Collins.

Riley en Grenadier speelden de avond voor de opnamen voor het eerst samen, maar

Continue reading

Don’t Let It Die: Vol. 1 – The Deslondes

liefdesverklaring

De New Orleans-rootsformatie The Delondes zocht en vond na hun vierde album twaalf keer inspiratie bij anderen. Dat zijn zowel tijdgenoten als voorbeelden uit een soms wel erg grijs verleden, want Edgar Blanchard’s ‘Lawdy Mama’ stamt bijvoorbeeld uit de jaren vijftig, al kwam het pas twintig jaar later uit.                       .

Dat zij deze keer alleen songs van anderen spelen, maakt voor hun geluid geen verschil: zij trekken nummers van Shelby Lynne, Clifton Chenier en Johnny Cash op zo’n manier naar zich toe dat het lijkt of ze die zelf schreven, maar doen dat ook met die van bevriende acts als Nick Woods en Pat Reedy. Het geluid van dit coveralbum sluit dan ook nauw aan bij dat van ‘Ways and Means’(2022) en ‘Roll It Out’(2024), hun derde en hun vierde.

Dat blijkt al in de opener,

Continue reading

Cynical Vision – Spencer Thomas

Strolling Bones SB66 CD

pure protestpop

Spencer Thomas nam zijn tien nieuwe songs op met producer Nate Nelson. Negen schreef hij zelf en een met Cody Rogers. Thomas speelde bas, drums, akoestische gitaar, percussie en synthesizer, terwijl Nelson de drummachine programmeerde. Ze maakten slechts in vier nummers gebruik van andere muzikanten: Ben Hackett – klarinet en fluit, Annie Leeth – viool, Lars Hefner – elektrische gitaar en Schaeffer Llana –  achtergrondzang.

In zijn songs knipoogt zanger Thomas stevig naar Lou Reed, Warren Zevon, Tom Petty en Randy Newman, namen die hij zelf ook noemt.

Opener ‘This is Your Life Now’ refereert muzikaal namelijk wel heel duidelijk aan

Continue reading

Theodore – Theo Sieben

Continental Blue Heaven/CRS CD 2061

de blues meester

Op zijn zesde eigen album zette zanger-gitarist Theo Sieben tien akoestische bluessongs, die hij speelde op oude gitaren: Martins, National resonators, een Regal-lapsteel en een Vega-banjo.

Hij nam ze bij hem thuis op met een zgn. ‘vintage’- microfoon en speelde ze live in, al zit er soms een enkele overdub in.

Net als bijvoorbeeld op voorganger ‘Join the Crowned!’ bewijst Sieben met fingerpicking een rijk en sfeervol geluid te kunnen creëren, waarbij hij zowel de melodie speelt als soleert.

Daarbij is wat hij weglaat even belangrijk als wat hij speelt: de door hem gespeelde melodieën zijn vaak meditatief en sluiten nauw aan op de zanglijn, bijvoorbeeld in Mississippi John Hurt’s klassieke opener ‘Pallet on your Floor’.

In ‘How to Live without the Blues’ legt hij zingend verantwoording af voor zijn voorkeur voor het genre, zijn liefde ervoor vergelijkend met die voor een vrouw. Die liefde dateert niet van gisteren, want op zijn solodebuut ‘Until Grass’(2011) en opvolgers ‘Invite to Dance’ (2012), ‘Delphinidin’ (2016), ‘Market Meat’ (2018) en ‘Join the Crowned’ (2022) is dat ook zijn belangrijkste inspiratie, al zijn net als deze nieuwe daarop ook invloeden uit Amerikaanse folk te horen.

Hij sluit zo muzikaal aan bij bijvoorbeeld de in 2019 overleden Kelly Joe Phelps en de Engelsman KB Bailey in een combinatie van eigen songs en covers:

Continue reading

Live at The Bottom Line ‘79 – Lowell George and his band

Straight Music STRT017

sterke zwanenzang

De even getalenteerde als getroebleerde zanger-gitarist Lowell George was de onbetwiste leider van Little Feat, een groep die hij na twee rauwe, door blues, rootsrock en country beïnvloede albums naar grote hoogte wist te stuwen met hun album ‘Dixie Chicken’. Ook op de daarop volgende albums ‘Feat’s Don’t Fail Me Now’ en ‘The Last Record album’ voerde hij met zijn composities, zang en slidegitaar de boventoon, maar zijn grillige levenswandel zorgde voor veel ongenoegen bij originele leden Bill Payne (toetsen) en Rickie Hayward (drums), terwijl ook ten tijde van ‘Dixie Chicken’ toegetreden Paul Barrere (gitaar en zang), Kenney Gradney (bas) en Sam Clayton (percussie) met de gevolgen van George’s onvoorspelbaarheid werden geconfronteerd.

Bovendien wilden met name Payne en Barrere meer ruimte voor de door hen geschreven songs en was George slechts bereid die in beperkte mate te geven, terwijl zijn eigen creativiteit hem meer en meer in de steek liet.

Dat leidde al tot spanningen op ‘Time Love a Hero’, waar George nog maar een nummer schreef en aan een ander meeschreef, maar nog meer tijdens de tournee waarvan ‘Waiting for Columbus’ de weerslag is. Zo liep George steevast van het podium tijdens ‘Day at the Dog Races’: hij vond het jazzrock à la Weather Report en dat was niet bedoeld als compliment.

Gefrustreerd door zijn aangetaste leiderschapspositie maakte hij in 1979 bekend dat hij de groep ontbond en bracht hij een soloalbum uit, ‘Thanks, I’ll Eat it Here’. Ook ging hij op tournee met een door hem samengestelde groep om dat album te promoten en zo zijn solocarrière te lanceren.

Deze acht songs tellende op zijn best semilegale cd uit 2021 is de samenvatting van een van de laatste optredens die George op 24 juni 1979 met die band gaf, want hij zou vijf dagen later dood gevonden worden in zijn hotelkamer. Hij was overleden aan de gevolgen van een hartaanval, hoewel overmatig eten, drank en drugs daarbij vermoedelijk ook rollen hebben gespeeld. Andere bronnen spreken namelijk over een overdosis cocaïne als doodsoorzaak. Door zijn ontijdige dood had hij maar acht soloconcerten kunnen geven.

Tijdens het concert greep hij enerzijds terug op nummers die hij voor Little Feat schreef (de klassiekers ‘Fat Man in the Bathtub’, ‘Dixie Chicken’, ‘Willin’’ en ‘Spanish Moon’) en speelde hij van zijn soloalbum naast zijn eigen ‘Honest Man’ covers van songs die hij daarop had gezet, vermoedelijk als gevolg van zijn slechter wordende gezondheid en een gebrek aan inspiratie: Allen Toussaint’s ‘What Do You Want the Girl to Do’, Ann Peebles’ ’I Can’t Stand the Rain’ en Rickie Lee Jones’ ’Easy Money’.

Waar Toussaint’s nummer door de gebruikte strijkerssectie op die plaat een futloze indruk maakte, klinkt het hier geïnspireerd:

Continue reading
« Older posts