elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: nieuwe recensies (Page 1 of 13)

Cynical Vision – Spencer Thomas

Strolling Bones SB66 CD

pure protestpop

Spencer Thomas nam zijn tien nieuwe songs op met producer Nate Nelson. Negen schreef hij zelf en een met Cody Rogers. Thomas speelde bas, drums, akoestische gitaar, percussie en synthesizer, terwijl Nelson de drummachine programmeerde. Ze maakten slechts in vier nummers gebruik van andere muzikanten: Ben Hackett – klarinet en fluit, Annie Leeth – viool, Lars Hefner – elektrische gitaar en Schaeffer Llana –  achtergrondzang.

In zijn songs knipoogt zanger Thomas stevig naar Lou Reed, Warren Zevon, Tom Petty en Randy Newman, namen die hij zelf ook noemt.

Opener ‘This is Your Life Now’ refereert muzikaal namelijk wel heel duidelijk aan

Continue reading

Theodore – Theo Sieben

Continental Blue Heaven/CRS CD 2061

de blues meester

Op zijn zesde eigen album zette zanger-gitarist Theo Sieben tien akoestische bluessongs, die hij speelde op oude gitaren: Martins, National resonators, een Regal-lapsteel en een Vega-banjo.

Hij nam ze bij hem thuis op met een zgn. ‘vintage’- microfoon en speelde ze live in, al zit er soms een enkele overdub in.

Net als bijvoorbeeld op voorganger ‘Join the Crowned!’ bewijst Sieben met fingerpicking een rijk en sfeervol geluid te kunnen creëren, waarbij hij zowel de melodie speelt als soleert.

Daarbij is wat hij weglaat even belangrijk als wat hij speelt: de door hem gespeelde melodieën zijn vaak meditatief en sluiten nauw aan op de zanglijn, bijvoorbeeld in Mississippi John Hurt’s klassieke opener ‘Pallet on your Floor’.

In ‘How to Live without the Blues’ legt hij zingend verantwoording af voor zijn voorkeur voor het genre, zijn liefde ervoor vergelijkend met die voor een vrouw. Die liefde dateert niet van gisteren, want op zijn solodebuut ‘Until Grass’(2011) en opvolgers ‘Invite to Dance’ (2012), ‘Delphinidin’ (2016), ‘Market Meat’ (2018) en ‘Join the Crowned’ (2022) is dat ook zijn belangrijkste inspiratie, al zijn net als deze nieuwe daarop ook invloeden uit Amerikaanse folk te horen.

Hij sluit zo muzikaal aan bij bijvoorbeeld de in 2019 overleden Kelly Joe Phelps en de Engelsman KB Bailey in een combinatie van eigen songs en covers:

Continue reading

Live at The Bottom Line ‘79 – Lowell George and his band

Straight Music STRT017

sterke zwanenzang

De even getalenteerde als getroebleerde zanger-gitarist Lowell George was de onbetwiste leider van Little Feat, een groep die hij na twee rauwe, door blues, rootsrock en country beïnvloede albums naar grote hoogte wist te stuwen met hun album ‘Dixie Chicken’. Ook op de daarop volgende albums ‘Feat’s Don’t Fail Me Now’ en ‘The Last Record album’ voerde hij met zijn composities, zang en slidegitaar de boventoon, maar zijn grillige levenswandel zorgde voor veel ongenoegen bij originele leden Bill Payne (toetsen) en Rickie Hayward (drums), terwijl ook ten tijde van ‘Dixie Chicken’ toegetreden Paul Barrere (gitaar en zang), Kenney Gradney (bas) en Sam Clayton (percussie) met de gevolgen van George’s onvoorspelbaarheid werden geconfronteerd.

Bovendien wilden met name Payne en Barrere meer ruimte voor de door hen geschreven songs en was George slechts bereid die in beperkte mate te geven, terwijl zijn eigen creativiteit hem meer en meer in de steek liet.

Dat leidde al tot spanningen op ‘Time Love a Hero’, waar George nog maar een nummer schreef en aan een ander meeschreef, maar nog meer tijdens de tournee waarvan ‘Waiting for Columbus’ de weerslag is. Zo liep George steevast van het podium tijdens ‘Day at the Dog Races’: hij vond het jazzrock à la Weather Report en dat was niet bedoeld als compliment.

Gefrustreerd door zijn aangetaste leiderschapspositie maakte hij in 1979 bekend dat hij de groep ontbond en bracht hij een soloalbum uit, ‘Thanks, I’ll Eat it Here’. Ook ging hij op tournee met een door hem samengestelde groep om dat album te promoten en zo zijn solocarrière te lanceren.

Deze acht songs tellende op zijn best semilegale cd uit 2021 is de samenvatting van een van de laatste optredens die George op 24 juni 1979 met die band gaf, want hij zou vijf dagen later dood gevonden worden in zijn hotelkamer. Hij was overleden aan de gevolgen van een hartaanval, hoewel overmatig eten, drank en drugs daarbij vermoedelijk ook rollen hebben gespeeld. Andere bronnen spreken namelijk over een overdosis cocaïne als doodsoorzaak. Door zijn ontijdige dood had hij maar acht soloconcerten kunnen geven.

Tijdens het concert greep hij enerzijds terug op nummers die hij voor Little Feat schreef (de klassiekers ‘Fat Man in the Bathtub’, ‘Dixie Chicken’, ‘Willin’’ en ‘Spanish Moon’) en speelde hij van zijn soloalbum naast zijn eigen ‘Honest Man’ covers van songs die hij daarop had gezet, vermoedelijk als gevolg van zijn slechter wordende gezondheid en een gebrek aan inspiratie: Allen Toussaint’s ‘What Do You Want the Girl to Do’, Ann Peebles’ ’I Can’t Stand the Rain’ en Rickie Lee Jones’ ’Easy Money’.

Waar Toussaint’s nummer door de gebruikte strijkerssectie op die plaat een futloze indruk maakte, klinkt het hier geïnspireerd:

Continue reading

Senior Citizens – Sjako!

SHLCD086

wijdlopige kern

Het onvoorspelbare trio Sjako! brengt na ‘Megaliths’ uit 2024 alweer een album met daarop vijftien nummers uit, hoewel die term niet voor alle opgaat.

De zichzelf als bejaarden omschrijvende gitarist, toetsenist en zanger Wouter Planteijdt, de bassende, loops en soundscapes verzorgende Thijs Vermeulen en drummer en achtergrondzanger Jaap J. Vrenegoor hebben hoorbaar speelplezier, want ze maken muziek op hun eigen voorwaarden en doen dat zonder compromissen. Tegelijkertijd is de albumnaam een referentie naar de tijd dat de groep de getormenteerde Engelse singer-songwriter Adrian Borland begleidde na het uiteenvallen van The Sound, al heetten ze destijds The Citizens.

Hun oorspronkelijk tien nummers repeteerden ze grondig, maar tijdens dezelfde sessies improviseerden ze ook uitgebreid en ze besloten die improvisaties ook op het album op te nemen.

Dat resulteert in een album met twee gezichten:

Continue reading

3614 Jackson Highway – Jesper Lindell

Yep Rock/V2 YEP-3124

enthousiast eerbetoon

Dat de Zweedse zanger-gitarist Jesper Lindell met zijn Brunsvikk Sounds naar de Verenigde Staten trok om er in twee studio’s covers op te nemen van een aantal van favoriete songs, is een vanzelfsprekend gevolg van zijn albums met eigen nummers. Daarop is hij muzikaal schatplichtig aan de Amerikaanse rootstraditie, onder meer aan The Band. Tenslotte zette hij op ‘Twilights’ al een cover van het door Robbie Robertson geschreven ‘Twilight’, terwijl hij met de titel van dat album ook indirect naar dat nummer van ‘Cahoots’ knipoogde.

Dat hij dit eerste album van twee vernoemde naar het adres van de Muscle Shoals Sound Studio is al even logisch: hij en co-producer Björn Pettersson selecteerden negen klassieke songs die uit die studio stammen en namen ze live op met drummer Simon Wilhelmsson, bassist Anton Lindell, toetsenist,  accordeonist en co-producer Rasmus Fors, pianist Carl Lindvall en gitarist, violist, trompettist en hoornist Jimmy Reimers, terwijl Lindell zoals altijd gitaar speelde en kenmerkend neuzelend zong.  Dat deden ze in anderhalve dag (!), al

Continue reading

One Mississippi – Eric Bibb

Repute Records RRCD001

vasthoudende veteraan

Eric Bibb is een van de oudgedienden van de akoestische blues. De Amerikaanse Zweed debuteerde in 1972 en brengt vanaf 1978 bijna elk jaar een album uit en vaak twee. Soms doet hij dat onder eigen naam, soms werkt hij samen met mensen als Rory Block en Maria Muldaur, de Afrikaanse zanger-gitarist Habib Koité, de groep North Country Far  en de Britse bassist Danny Thompson.

De inmiddels 74 jaar oude Bibb is de laatste jaren productiever dan ooit met ‘Dear America’ (2021), Ridin’ (2023) en ‘In the Real World’(2024), terwijl hij ook nog ‘Live At The Scala’(2024) uitbracht. Bovendien bevatten die albums respectievelijk dertien, vijftien en vijftien songs, terwijl er deze keer veertien op staan.

Bibb heeft al jaren een direct herkenbaar geluid. Dat is transparant en voornamelijk akoestisch:

Continue reading

Live at The Village Gate – Dr. John

Omnivore Records OVCD-612

succesvol spreekuur

Op dit recent uitgekomen livealbum van Dr. John staan twaalf nummers die hij speelde tijdens zijn optreden van 5 maart 1988 in de New Yorkse Village Gate, een van de concerten in die club van een serie optredens met een groep van geroutineerde lokale sessiemuzikanten die hij desondanks de Louisiana Luminoids noemde.

De opnamen daarvan zijn gerestaureerd en opnieuw gemixt, want ze kwamen nog niet eerder uit.

De ruim 93 minuten geven een goed beeld van een fase waarin er niets nieuws uit de handen van Mac Rebennack kwam en hij voor zijn levensonderhoud dan ook afhankelijk was van optredens, sessiewerk, filmmuziek en het inzingen van reclamejingles.

Toch bracht hij voor dit optreden een grote groep muzikanten bij elkaar: drummer Richard Crooks, congaspeler Trazi (Williams), bassist Wilbur Bascomb, gitarist Joe Caro en de gerenommeerde blazers: baritonsaxofonist Ronnie Cuber, tenorsaxofonist Lou Marini en trompettist Lew Soloff.

Zij zijn goed op elkaar ingespeeld, al timen sommige bandleden een enkele keer onzorgvuldig.

Nadat Dr. John’s heeft afgeteld blijkt de opener

Continue reading

Off the Fence – James Hunter Six

Easy Eye Sound EES 043

overtuigd traditionalist

Op zijn negende album doet de Engelse zanger-gitarist James Hunter in zijn twaalf nieuwe songs eigenlijk niets anders dan op de vorige acht: hij speelt met zijn groep rhythm ’n blues zoals Jackie Wilson, Sam Cooke en Drifters-zanger Clyde McPhatter die zongen in de jaren vijftig en vroege jaren zestig en die dus neigt naar doo-wop en vroege soul. Daarin verwerkt hij echter ook invloeden uit Zuid-Amerikaanse muziekgenres als bossa nova, mambo, samba, cha-cha-cha, Northern soul en jazz.

Dat doet hij uptempo, maar ook in een enkele effectieve ballad, begeleid door drummer Albin Petschauer, bassist Myles Weeks, toetsenist-percussionist Andrew Kingslow en twee blazers: tenorsaxofonist Drew Vanderwinckel en barotnsaxofonist Michael Buckley.

Die songs blijven vijf keer onder de drie minuten en zes keer onder de vier, zo ook een traditie van destijds huldigend.

Zelf speelt Hunter effectieve gitaarpartijen en scherpe staccatosolo’s, maar hij zingt vooral. Dat doet hij met zijn kenmerkende stem, die wel duidelijk schor geworden is.

Met dat geluid

overtuigt de man die zijn teksten begint met het verzamelen van zoveel mogelijk synoniemen voor kernwoorden, daar rijmwoorden bij zoekt en daarmee vervolgens een tekst in elkaar puzzelt. Hij bezingt in al zijn songs de liefde en is daarbij soms ook persoonlijk: zo gaat ‘Here and Now’ over de liefde voor zijn tweede vrouw.

Het wonderlijkste aan dit kwalitatief goede album is nog, dat Hunter en de zijnen het opnamen met als producer Bosco Mann, medeoprichter van Daptone Records, het platenlabel dat hem enthousiast verwelkomde en waarop hij vanaf 2016 tot en met zijn vorige album zat.

Deze nieuwe komt echter uit op het label van Dan Auerbach, de helft van de Black Keys. Die verleende de groep wel onderdak, maar hield zich verre van muzikale inmenging, al was hij een van de drie mixers. Zo kon Hunter voortgaan op de ooit door hem ingeslagen weg.

In zekere zin is de cirkel daarmee rond, want net als op zijn solodebuut ‘Believe What I Say’ (1996) zingt Van Morrison, zijn ontdekker, weer mee. Destijds deed hij dat echter op twee nummers en deze keer op een.

Hunter eert ook andere invloeden, want hij droeg het album op aan Tommy Byrne, een van de zangers van de Engelse Four Ramblers, en een goede vriend vanaf het moment dat nog niemand zijn derde album wilde uitbrengen.

***1/2

Eerdere berichten over James Hunter vind je in de categorieën Nieuws, Rootsmuziek op radio, tv en internet, Kippenvel’s Top Zoveel en De rode draad.

Vannacht zoop ik de Maas Leeg – De Wachtkamer

Continental Europe CD 106/8 713762 040062

evenwichtskunstenaars

Op het debuut van De Wachtkamer staan dertien songs die hertalingen zijn van songs van Tom Waits. Ze werden geschreven door Jeroen Geurts, die Waits ooit bij toeval ontdekte via het werk van William Burroughs en toen door zijn nummers geïntrigeerd raakte.

Aanvankelijk speelde en zong hij ze solo achter de piano, maar vanaf een optreden op Landjuweel op Ruigoord deed bassist-trombonist Rick Henkelman met hem mee en kort daarna ook drummer-percussionist Luuk Adams, pianist, saxofonist, klarinettist en blokfuitspeler Marcel Cuypers plus gitarist en steelgitarist Joris Kuys.

Geurts en de zijnen kozen Waits-songs uit diens hele loopbaan, van ‘Onder een ijskoude douche’(‘Invitation to the Blues’) tot “Kroonluchter Jan’ (‘Tabletop Joe’), van ‘Berevolle wegen’ (‘Jockey Full of Bourbon’),  tot ‘ ’n Grap op de begraafplaats’, (’Whistlin’ Past the Graveyard’) en van ‘Middenin een droom’ (‘Innocent When You Dream’) tot ‘Kleine man’ (‘Little Man’).

Door de jaren heen zijn al veel Waits-nummers opgenomen door onder anderen Bruce Springsteen, Holly Cole, de Blind Boys of Alabama en Solomon Burke, maar bluesman John Hammond vulde er als een van de weinigen een album mee, al bleef hij op ‘Wicked Grin’ (2001) dicht bij de originelen, misschien doordat Waits het album produceerde en er ook gitaar op speelde. De Zwitserse zangeres Claudia Bettinaglio nam daarvan meer afstand doordat de nu als grafisch vormgeefster en webdesignster werkzame zangeres vanuit een vrouwelijk perspectief te horen was op haar ‘Saving All My Love’(2001), terwijl blueszangers Ian Siegal en Ripoff Raskolnikov, gitarist Mischa den Haring en anderen als Braindogs een rauwe, bluesy draai gaven aan Waits-klassiekers op ‘Real Live Brains’(2019).

Bij dít album dringt zich uiteraard de vergelijking op met de versies die Flip Noorman in 2023 op ‘Zingt Tom Waits (in het Nederlands)’ zette, al koos Geurts slechts twee nummers die Noorman ook hertaalde: ‘Table Top Joe’ is bij hem ‘Kroonluchter Jan’ en bij Noorman ‘Tafelblad Bob’ en ‘Hoist That Rag’ werd respectievelijk ‘Hijs het zeil ‘ en ‘Hijs het vod’.

Hertalingen zijn altijd zowel een kans als een risico: de songs hebben door het Nederlands een andere invalshoek dan de originelen, al is het gevaar dat ze het niveau daarvan niet halen.

Geurts veroorloofde zich soms veel vrijheid in zowel titels als teksten,

Continue reading

Can’t Take My Story Away – Elles Bailey

Cooking Vinyl 0711297925722

waarheen, waarvoor?

In de publiciteit voorafgaande aan de release van haar vijfde reguliere studioalbum liet de Britse Blues- en rootszangeres Elles Bailey weten dat dit album anders zou worden dan al haar andere.

Ze werkte namelijk voor het eerst met producer Luke Potashnick, die met hitacts als Take That, Robbie Williams en Katie Melua in de studio zat, maar ook met bassist en beeldend kunstenaar Klaus Vormann en Jazon Mraz. Ook nam ze haar songs niet op met haar eigen liveband, maar met door hem geselecteerde muzikanten.

De thematiek van de twaalf songs zou ook veel persoonlijker zijn dan voorheen: ze schreef de autobiografische nummers gedurende een periode van negen jaar en nam ze in de afgelopen drie jaar met tussenpozen op in Potashnick’s Wool Studio, waar ook Van Morrison, Tears for Fears en David Sylvian in het verleden opnamen.

Muzikaal blijken de elf songs divers. Blues, roots en soul wisselen elkaar af, hoewel in vier nummers

Continue reading
« Older posts