elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: Dossier Ook al dood….. (Page 1 of 25)

Grateful Dead’s Bob Weir overleden

Grateful Dead-gitarist Bob Weir is overleden aan de gevolgen van een longziekte. Hij was 78 jaar.

Weir richtte samen met Jerry Garcia de groep op op Oudjaarsdag in 1965, nadat ze elkaar tegen het lijf waren gelopen in een winkel voor muziekinstrumenten en ze daar samen hadden gejamd.

Weir was toen zeventien en zijn moeder eiste dat de andere bandleden hem thuis zouden brengen na concerten, opdat hij de volgende dag weer naar school kon.

Grateful Dead stond bekend om hun lange, meanderende concerten en hun trouwe fanschare, de Deadheads. De groep combineerde blues, jazz, country, folk en psychedelische rock tot lange songs, die vaak op het podium van gedaante veranderden.

Velen van hen volgden de groep op hun tournees en  maakten en ruilden bootlegs van de optredens. Bijzonder was, dat dat de volle instemming van de groep had, al zullen ze daardoor nog minder albums hebben verkocht dan ze al deden.

Grateful Dead kende vele bezettingswisselingen, maar Weir zat er altijd in, ook toen Garcia overleed in 1995 en de resterende muzikanten besloten door te gaan onder de namen Dead en Dead & Company.

Weir speelde niet alleen gitaar, maar zong ook regelmatig de leadzang en schreef onder meer ‘Sugar Magnolia’, ‘Playing in the Band’ en ‘Mexicali Blues’.

Dit is de verklaring die op Weir’s sociale media is gezet:

Continue reading

songwriter Don Bryant overleden

Op vrijdag 26 december is songwriter Don Bryant overleden. Hij was 83 jaar.

Bryant schreef in 1973 ‘I Can’t Stand the Rain’ samen met zangeres Ann Peebles, dat een hit voor haar werd. De twee trouwden een jaar later.

Daarvoor had hij al ’99 Pounds’ voor en over haar geschreven, want hij was toen al verliefd op haar.

Op dat moment had Bryant al een lange loopbaan achter de rug: hij maakte kennis met gospel door de groep van zijn vader ‘The Four Stars of Harmony’ en begon te zingen tijdens kerkdiensten toen hij vijf was. Hij vormde The Four Kings, een gospelkwartet, toen hij op de middelbare school zat.

In 1960 schreef hij ‘I Got To Know’ voor The 5 Royales en hij schreef ook nummers voor andere artiesten van het Hi-label. Ook schreef hij ‘I’m Gonna Tear Your Playhouse Down’.

In totaal schreef hij meer dan 150 nummers voor onder anderen Etta James, Solomon Burke en Albert King, maar hij bracht ook drie soloalbums uit. Zijn debuut ‘Precious Soul’ verscheen in 1969.

Tussen 1987 en 2000 bracht hij onder de naam Donald Bryant and a Chosen Few drrie gospelabums uit: ‘What Do You Think About Jesus’ (1987), ‘I’m Gonna Praise Him’(1989) en ‘It’s All in the World’ (2000).

Toch schreef hij vooral voor Peebles, met wie ook op tournee ging als begeleider.

Pas nadat zij en hersenbloedig had gehad in 2012, begon hij weer zelf op te treden.

Na de dood van Peebles maakte hij opnieuw twee soloalbums: ‘Don’t Give Up’ (2017) en ‘You Make Me Feel’. Het eerste leverde hem de uitverkiezing op voor het lidmaatschap op van de Memphis Music Hall of Fame.

Het tweede verscheen in 2020 en leverde hem zijn eerste Grammy-nominatie in de Best Traditional Blues Album op:

Continue reading

Chris Rea postuum onrecht aangedaan

Dat zanger-gitarist Chris Rea op 22 december overleden is op 74-jarige leeftijd, zal je niet hebben kunnen ontgaan.

Evenmin kun je gemist hebben, dat zijn overlijden plaatsvond in een ziekenhuis na een kort ziekbed en in het bijzijn van zijn vrouw en dochters Josephine en Julia.

Veel media meldden terecht ook dat bij hem in 2001 alvleesklierkanker werd vastgesteld en dat vervolgens zijn alvleesklier werd verwijderd, waarna hij opnieuw albums opnam en tournees maakte.

Ook het feit dat hij na een beroerte in 2016 nog een tournee maakte en onwel werd tijdens zijn afscheidsconcert in 2017, was vaak te lezen.

Die feiten kloppen allemaal en geven reliëf aan een leven waarbij Rea langzaam maar zeker de blues meer en centraal stelde, maar van die muzikale ontwikkeling is nergens iets terug te lezen.

Overal wordt zijn tenenkrommende ‘Driving Home for Christmas’ gememoreerd alsof de wereld zich hem vanwege die kersthit zou moeten herinneren.

Rea zelf had inderdaad goede herinneringen aan het nummer, zoals onlangs nog bleek in een interview met de Daily Mail:  

https://www.express.co.uk/celebrity-news/2148075/rock-star-had-driving-ban

Ook zijn andere hits uit de jaren zeventig en tachtig gingen gebukt onder een destijds uiterst modern geluid, waarbij nu vooral opvalt hoezeer die nummers naar de hitparade lonkten.

Het belang van Rea ligt dan ook niet bij die toeval tot stand gekomen, onverbiddelijk voort dreinende radioklassieker, noch bij songs als lichtvoetige songs als ‘Fool’ (If You Think It’s Over’) van zijn debuutalbum ‘Whatever Happened to Benny Santini?’ (1978) , ‘On the Beach’, ‘Josephine’ of ‘Julia’.

Dat ligt bij een aantal albums die hij uitbracht op zijn eigen label Jazzee Blues, dat hij oprichtte nadat hij die alvleesklierkanker had overleefd. Die ziekte deed hem inzien, dat hij voortaan alleen nog moest doen, wat hij wilde.

Dat resulteerde in twee albums waar hij een buitengewone balans vond tussen zijn karakteristiek rauwe stem, zijn steeds rootsier geworden gitaarsolo’s en zijn intrigerende, bluesy songs.

‘Stony Road’(2002) en ‘The Blue Jukebox’ bleven in die necrologieën steevast ongenoemd, terwijl Rea daarop sterker dan ooit naar Amerika reikte én naar de sterren met songs die met name op ‘The Blue Jukebox’ ook jazzinvloeden hadden. ‘Long Is the Time, Hard Is the Road’ is daarvan een goed voorbeeld, terwijl hij ook in die song weer reizen als de voor de hand liggende metafoor van het leven gebruikte, net als in veel andere nummers.

Daarna bracht hij ‘Blues Guitars’ (2005) uit, een enorme box met bluesalbums waarop hij de hele geschiedenis van de ontwikkeling van dat genre samenvatte op elf (?!) albums en een DVD. Hij deed dat eerder voor zichzelf dan voor de verkoopaantallen, net als het instrumentale ‘The Return of the Fabulous Hofner Bluenotes’(2008).

Ook de albums daarna maakte hij voor zijn eigen plezier, hoewel hij daarop soms weer terugkeerde naar het kunstmatige drumgeluid van zijn hitperiode, hoewel hij tegelijkertijd een verklaarde afkeer had van de sterrenstatus die popmuzikanten ten deel kan vallen.

Zo toerde hij bijvoorbeeld ook nooit door de VS, hoewel hij daar een tijdlang enorm populair was.

Eerdere berichten over Chris Rea vind je in de rubriek nieuws.

Over zijn ’Driving Home voor Christmas’ en andere kreupele kerstnummers schreef ik de column ‘Jingle bells-terreur’.

Die vind je in Dossier: Kerstmis en muziek.

Daar vind je uiteraard ook andere berichten over de deprimerende uitwassen rond de periode waarin geboorte van Jezus wordt gesitueerd.

Mick Abrahams, eerste Jethro Tull-gitarist, overleden

De Engelse gitarist Mick Abrahams is op 19 december overleden. Hij was 82 jaar oud.

Abrahams was afkomstig uit de Britse bluesscene en een van de oorspronkelijke leden van Jethro Tull, de groep die in 1967 werd opgericht door hem, zanger-fluitist Ian Anderson, drummer Clive Bunker en bassist Glenn Cornick.

In oktober 1968 kwam hun debuut uit, ‘This Was’. Abrahams schreef mee aan twee nummers en schreef er een alleen. Dat is het korte en zeer jazzy  “Move on Alone’, dat hij ook zong.

In december van dat jaar verliet hij de groep echter vanwege een muzikaal meningsverschil met Anderson: die wilde folk rock combineren met wat daarna progrock zou worden genoemd, terwijl Abrahams blues rock en jazzinvloeden wilde spelen. Die laatste genres zijn op dat debuut inderdaad nog terug te horen, maar de door Anderson ingezette stijlverandering is al goed te horen op opvolger ‘Stand Up’.

Abrahams verweet Anderson later een muzikale dictator te zijn die in zijn eentje de koers van de groep wilde bepalen.

Abrahams richtte daarna Blodwyn Pig op en bracht met die groep in 1969 twee albums uit: ‘Ahead Rings Out’ en ‘Getting to This’. Beide kwamen in de Britse albumtop tien. De groep speelde op grote festivals als het Isle of Wight Festival en het Reading Festival.

Blodwyn Pig ging voor de eerste keer uiteen in 1970, maar werd door de decennia heen voor relatief korte tijd regelmatig nieuw leven ingeblazen.

Daarna richte Abrahams nog Wommett op en de Mick Abrahams Band. Ook bracht hij een aantal soloalbums uit.

Nadat hij in 2009 een hersenbloeding had gehad en daarvoor al twee hartaanvallen, kon hij veel minder goed gitaar spelen, iets wat hem diep frustreerde. Toch bracht hij in 2015 nog ‘Revived!’ uit.

Daarop was onder anderen gitarist Martin Barre te horen, die man die hem had opgevolgd bij Jethro Tull.

Anderson herdacht hem zo:

Continue reading

regisseur Rob Reiner en zijn vrouw vermoedelijk vermoord

Regisseur Rob Reiner en zijn vrouw Michelle Singer zijn vermoedelijk vermoord.

Beiden zijn op zondag 14 december dood aangetroffen in hun woonhuis. Ze werden naar verluidt gevonden door hun dochter, terwijl hun zoon verdacht wordt van de dubbele moord. Hij zou zijn ouders hebben doodgestoken.

Reiner was 78 jaar en Singer 68.

Reiner was bekend als regisseur van grote speelfilms als ‘The Princess Bride’ (1986), ‘When Harry Met Sally’ (1989) en ‘A Few Good Men’(1992), maar regisseerde in het begin van zijn loopbaan als regisseur ook ‘This Is Spinal Tap’, de nepdocumentaire over een hardrockband en zeer recent nog het vervolg daarop. ‘Spinal Tap II: The end Continues’ ging afgelopen september in première.

Reinder brak in 1971 door als acteur in het destijds ook in Nederland ook zeer populaire ‘All in the Family’, waarin hij de wat linksige schoonzoon Mike Stivic speelde, door hoofdrolspeler Archie Bunker (Carroll O’Connor) steevast ‘Meathead’ genoemd. Voor die rol kreeg hij tot het einde van die sitcom in 1979 twee keer een Emmy, de hoogste Amerikaanse tv-onderscheiding.

Ook later speelde hij nog bijrollen in films als ‘Sleepless in Seattle’ en ‘The Wolf  of Wall Street’.

Eerdere berichten over de twee ‘Spinal Tap’-films vind je in de categorie nieuws.

Tetsu Yamauchi, bassist van Free en The Faces, overleden

De Japanse bassist Tetsu Yamauchi is op 4 december jl. overleden. Hij was 79 jaar.

Dat bleek uit een korte verklaring van zijn familie op de sociale media: ‘To all of you who have always supported us. On December 4, Reiwa 7, Tetsu Yamauchi passed away peacefully, surrounded by family.

We sincerely thank everyone who enjoyed Tetsu’s music and offered kind words until now. Those were fun times. It’s a long time, but a short time.’

Hoewel Yamauchi’s carrière zich voor het grootste deel in Japan afspeelde en dus buiten ons zicht, was hij in de jaren zeventig een paar jaar de bassist van Free en daarna van The Faces.

Hij zat oorspronkelijk in Japanse groep Micky Cutis & The Samurais, waarmee hij twee albums uitbracht in 1971.

In datzelfde jaar werd hij de vervanger van Free-bassist Andy Fraser en nam hij met drummer Simon Kirke, toetsenist John ‘Rabbit’ Bundrick en gitarist Paul Kossoff het album ‘Kossoff, Kirke, Tetsu & Rabbit ’op. Daarop zong Paul Rodgers niet mee, want hij en Fraser hadden ruzie gekregen met de andere drie Free-leden.

Toen Fraser vervolgens echt uit de groep stapte, nam die in 1972 met Rodgers én Tetsu ‘Heartbreaker’ op. Dat bleek het laatste album van de groep, maar daarop stond wel ‘Wishing Well’, de klassieker waaraan Tetsu net als alle andere leden meeschreef. Of Tetsu dat nu ook inderdaad deed, of het nummer het resultaat was van een spontane jamsessie, of dat ze de royalties eerlijk wilden verdelen, blijft de vraag.

Interne spanningen zorgden voor het uiteenvallen van de groep en Tetsu stapte over naar The Faces, waaruit Ronnie Lane vertrokken was.

Hij was in 1972 de bassist op een single met de gedenkwaardige titel ‘You Can Make Me Dance, Sing or Anything (Even Take The Dog For A Walk, Mend A Fuse, Fold Away The Ironing Board, Or Any Other Domestic Shortcomings)’ en nam een tweede soloalbum op: ‘Kikyou’.

Ook speelde mee op het Faces-livealbum ‘Coast to Coast: Overture and Beginners’(1974).

Daarna werkte hij nog  ongeveer een jaar als sessiemuzikant voor hij terugkeerde naar Japan.

Daar richtte hij de Tetsu Yamauchi & the Good Times Roll Band op en in 1985 de Ope Band met free-jazzdrummer Shoji Hano. Van beide groepen kwam een livealbum uit.

In 2023 en 2024 trad hij nog weer onder de naam Meets Duo op met drummer Yoshitaka Shimada, die ook in de Good Times Roll Band zat.

toetsenist Mark T. Jordan overleden

Toetsenist Mark T. Jordan is op 1 december jl. overleden.

Jordan speelde met onder anderen bassist Freebo in The Edison Electric Band van 1966 tot 1971.

Die groep maakte in 1970 een album, ‘Bless You, Dr. Woodward’, en Jordan was daarop een van de belangrijkste songschrijvers.

Tijdens die jaren werden zij opgemerkt door Bonnie Raitt en Jordan speelde in 1972 mee op twee songs van Raitt’s tweede album, ‘Give it Up’.

In ‘I Know’ en ‘Under a Falling Sky’ deed ook groepsgenoot TJ Tindall mee, terwijl Freebo vanaf haar naamloze debuut deel uitmaakte van haar begeleidingsgroep.

Later speelde Jordan ook op Feebo’s eerste soloalbum, ‘The End of the Beginning’ (2000) en recent nog piano op drie songs van het album ‘Circumstance’ (2023) van Freebo’s protegé Alice Howe.

Hij speelde ook bij Van Morrison, Jackson Browne, Boz Scaggs, Dave Mason, Rita Coolidge, Taj Mahal, Lyle Lovett én Olivia Newton-John, om er maar een paar te noemen.

Ook schreef Jordan meerdere songs die door Raitt op haar vroege albums werden gezet, zoals ‘Walk Out the Front Door’ samen met Rip Stock (‘Home Plate’-1975) en ‘Two Lives (‘Sweet Forgiveness’-1977).

Jordan speelde nog steeds. Dat deed hij in de Big Shoes Band in Nashville, een groep die begon als een Little Feat-tribute band. Daaraan zit ook Will McFarlane, aan andere veteraan met een verleden bij Raiit en Freebo.

Die voorliefde voor Little Feat was overigens niet nieuw.

Daarvan zijn dan weer eigen nummers te vinden op Soundcloud en Bandcamp. Die laten inderdaad een mix horen van blues en funk:

Continue reading

gitarist Steve Cropper overleden

Sessiegitarist Steve Cropper is overleden. Hij was 84 jaar.

Cropper was een van de leden van Booker T & the MG’s en was medebepalend voor het geluid van Stax Records in de jaren zestig. Hij speelde onder meer mee op nummers van Otis Redding en Wilson Pickett.

Cropper’s familie publiceerde de volgende verklaring: ‘The Cropper family announces with profound sadness the passing of Stephen Lee Cropper, who died peacefully in Nashville today at the age of 84.

Steve was a beloved musician, songwriter, and producer whose extraordinary talent touched millions of lives around the world.

While we mourn the loss of a husband, father, and friend, we find comfort knowing that Steve will live forever through his music.

Every note he played, every song he wrote, and every artist he inspired ensures that his spirit and artistry will continue to move people for generations to come.’

Cropper werd een van de muzikanten in de studiogroep die de artiesten van het Stax-label begeleidden als lid van de Mar-Keys, die in 1961 een instrumentale hit hadden met ‘Last Night’ op het toen net tot Stax omgedoopte label dat daarvoor Satellite Records heette.

Hij is onder meer te horen op Sam & Dave’s ‘Soul Man’, Booker T. & The MG’s ‘Green Onions’, Wilson Pickett’s ‘In the Midnight Hour’ en  Otis Redding’s ‘(Sittin’ On) The Dock of the Bay’. Aan die laatste drie nummers schreef hij ook mee.

Zo was hij in ‘(Sittin’On) The Dock of the Bay’ verantwoordelijk voor de gitaarakkoorden en het ritme achter Redding’s zang.

Hij speelde het pas in na Redding’s dood, want de song was verre van af toen de zanger omkwam bij het neerstorten van een klein vliegtuig.

Verder was hij te horen in songs van Carla Thomas en Eddie Floyd. Aan diens klassieker ‘Knock On Wood’ schreef Cropper ook mee.

In de vroege jaren zeventig werd Cropper sessiegitarist en speelde hij mee op albums van John Lennon, Ringo Starr, Leon Russell, Rod Stewart en natuurlijk die van Blues Brothers. Dat was het uiterst succesvolle project van John Belushi en Dan Aykroyd.

Daarvoor was hij met Booker T & the MG’s-bassist Donald ‘Duck’ Dunn lid van Levon Helm’s RCO All Stars.

Ook produceerde Cropper albums van uiteenlopende artiesten als de Jeff Beck Group, John Prine, Poco en John Mellencamp, terwijl Booker T & the MG’s ook Neil Young  begeleidden op zijn ‘Are You Passionate’ (2002).

Ook bracht hij diverse soloalbums uit.

Cropper werd in 1992 als lid van Booker & the MG’s lid gemaakt van de Rock and Roll Hall of Fame in 1992, won twee keer een Grammy en kreeg de Grammy Lifetime Achievement Award in 2007.

In 2021 werd hij nog genomineerd in de categorie Best Contemporary Blues Album voor ‘Fire It Up’.

Het blad Rolling Stone zette hem op plaats 45 van de 250 beste gitaristen aller tijden.

New Orleans-schrijver Jeff Hannusch overleden

In New Orleans is op 11 november Jeff Hannusch overladen.

Hannusch schreef de liner notes voor honderden albums van artiesten die New Orleans als thuisbasis hadden, recenseerde andere, interviewde veel van de artiesten over wie hij schreef en scheef stukken voor onder meer Offbeat.

Ook hij woonde er, al werd hij in Canada geboren.

Hij werd gefascineerd door de muziek die vanaf de jaren vijftig in die stad werd gemaakt en schreef twee boeken over dat tijdperk, de artiesten, de label en de clubs die dat vormgaven zonder het toen zelfs maar te beseffen.

Die groeiden uit tot standaardwerken over de ontwikkeling van de klassieke New Orleans-funk: ‘I Hear You Knockin’: The Sound of New Orleans Rhythm & Blues’ en  ‘The Soul of New Orleans: A Legacy of Rhythm & Blues’.

Die zijn nog altijd actueel, al was het maar doordat weinigen hem in over die dagen kennis overtroffen.

Offbeat herdenkt hem weliswaar, maar dat stuk van Bunny Matthews dateert alweer uit 2002.

Bovendien is het grootste gedeelte van dat artikel een persoonlijke indruk van Hannusch’ ‘The Soul of New Orleans –  a legacy of rhythm and blues’, al begint het met een impressionistische beschrijving van hoe Hannusch uitgroeide tot de schrijver die hij was:

Continue reading

sessiebassist Anthony Jackson overleden

Sessiebassist Anthony Jackson is op zondag 19 oktober overleden. Hij was 73 jaar.

Zijn doodsoorzaak is niet bekend gemaakt, maar hij zou al een aantal jaren zijn verzorgd en dus een slechte gezondheid hebben gehad.

Merkwaardig genoeg werd zijn dood bekend gemaakt door de fabrikant van zijn basgitaren, Fodera.

Weliswaar speelde hij al op bassen van dat bedrijf sinds 1984, maar dat zijn naasten niet over zijn overlijden berichtten en Fodera wel, is op zijn minst bijzonder:

Continue reading
« Older posts