Dat zanger-gitarist Chris Rea op 22 december overleden is op 74-jarige leeftijd, zal je niet hebben kunnen ontgaan.
Evenmin kun je gemist hebben, dat zijn overlijden plaatsvond in een ziekenhuis na een kort ziekbed en in het bijzijn van zijn vrouw en dochters Josephine en Julia.
Veel media meldden terecht ook dat bij hem in 2001 alvleesklierkanker werd vastgesteld en dat vervolgens zijn alvleesklier werd verwijderd, waarna hij opnieuw albums opnam en tournees maakte.
Ook het feit dat hij na een beroerte in 2016 nog een tournee maakte en onwel werd tijdens zijn afscheidsconcert in 2017, was vaak te lezen.
Die feiten kloppen allemaal en geven reliëf aan een leven waarbij Rea langzaam maar zeker de blues meer en centraal stelde, maar van die muzikale ontwikkeling is nergens iets terug te lezen.
Overal wordt zijn tenenkrommende ‘Driving Home for Christmas’ gememoreerd alsof de wereld zich hem vanwege die kersthit zou moeten herinneren.
Rea zelf had inderdaad goede herinneringen aan het nummer, zoals onlangs nog bleek in een interview met de Daily Mail:
https://www.express.co.uk/celebrity-news/2148075/rock-star-had-driving-ban
Ook zijn andere hits uit de jaren zeventig en tachtig gingen gebukt onder een destijds uiterst modern geluid, waarbij nu vooral opvalt hoezeer die nummers naar de hitparade lonkten.
Het belang van Rea ligt dan ook niet bij die toeval tot stand gekomen, onverbiddelijk voort dreinende radioklassieker, noch bij songs als lichtvoetige songs als ‘Fool’ (If You Think It’s Over’) van zijn debuutalbum ‘Whatever Happened to Benny Santini?’ (1978) , ‘On the Beach’, ‘Josephine’ of ‘Julia’.
Dat ligt bij een aantal albums die hij uitbracht op zijn eigen label Jazzee Blues, dat hij oprichtte nadat hij die alvleesklierkanker had overleefd. Die ziekte deed hem inzien, dat hij voortaan alleen nog moest doen, wat hij wilde.
Dat resulteerde in twee albums waar hij een buitengewone balans vond tussen zijn karakteristiek rauwe stem, zijn steeds rootsier geworden gitaarsolo’s en zijn intrigerende, bluesy songs.
‘Stony Road’(2002) en ‘The Blue Jukebox’ bleven in die necrologieën steevast ongenoemd, terwijl Rea daarop sterker dan ooit naar Amerika reikte én naar de sterren met songs die met name op ‘The Blue Jukebox’ ook jazzinvloeden hadden. ‘Long Is the Time, Hard Is the Road’ is daarvan een goed voorbeeld, terwijl hij ook in die song weer reizen als de voor de hand liggende metafoor van het leven gebruikte, net als in veel andere nummers.
Daarna bracht hij ‘Blues Guitars’ (2005) uit, een enorme box met bluesalbums waarop hij de hele geschiedenis van de ontwikkeling van dat genre samenvatte op elf (?!) albums en een DVD. Hij deed dat eerder voor zichzelf dan voor de verkoopaantallen, net als het instrumentale ‘The Return of the Fabulous Hofner Bluenotes’(2008).
Ook de albums daarna maakte hij voor zijn eigen plezier, hoewel hij daarop soms weer terugkeerde naar het kunstmatige drumgeluid van zijn hitperiode, hoewel hij tegelijkertijd een verklaarde afkeer had van de sterrenstatus die popmuzikanten ten deel kan vallen.
Zo toerde hij bijvoorbeeld ook nooit door de VS, hoewel hij daar een tijdlang enorm populair was.
Eerdere berichten over Chris Rea vind je in de rubriek nieuws.
Over zijn ’Driving Home voor Christmas’ en andere kreupele kerstnummers schreef ik de column ‘Jingle bells-terreur’.
Die vind je in Dossier: Kerstmis en muziek.
Daar vind je uiteraard ook andere berichten over de deprimerende uitwassen rond de periode waarin geboorte van Jezus wordt gesitueerd.