elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: nieuwe recensies (Page 1 of 13)

One Mississippi – Eric Bibb

Repute Records RRCD001

vasthoudende veteraan

Eric Bibb is een van de oudgedienden van de akoestische blues. De Amerikaanse Zweed debuteerde in 1972 en brengt vanaf 1978 bijna elk jaar een album uit en vaak twee. Soms doet hij dat onder eigen naam, soms werkt hij samen met mensen als Rory Block en Maria Muldaur, de Afrikaanse zanger-gitarist Habib Koité, de groep North Country Far  en de Britse bassist Danny Thompson.

De inmiddels 74 jaar oude Bibb is de laatste jaren productiever dan ooit met ‘Dear America’ (2021), Ridin’ (2023) en ‘In the Real World’(2024), terwijl hij ook nog ‘Live At The Scala’(2024) uitbracht. Bovendien bevatten die albums respectievelijk dertien, vijftien en vijftien songs, terwijl er deze keer veertien op staan.

Bibb heeft al jaren een direct herkenbaar geluid. Dat is transparant en voornamelijk akoestisch:

Continue reading

Live at The Village Gate – Dr. John

Omnivore Records OVCD-612

succesvol spreekuur

Op dit recent uitgekomen livealbum van Dr. John staan twaalf nummers die hij speelde tijdens zijn optreden van 5 maart 1988 in de New Yorkse Village Gate, een van de concerten in die club van een serie optredens met een groep van geroutineerde lokale sessiemuzikanten die hij desondanks de Louisiana Luminoids noemde.

De opnamen daarvan zijn gerestaureerd en opnieuw gemixt, want ze kwamen nog niet eerder uit.

De ruim 93 minuten geven een goed beeld van een fase waarin er niets nieuws uit de handen van Mac Rebennack kwam en hij voor zijn levensonderhoud dan ook afhankelijk was van optredens, sessiewerk, filmmuziek en het inzingen van reclamejingles.

Toch bracht hij voor dit optreden een grote groep muzikanten bij elkaar: drummer Richard Crooks, congaspeler Trazi (Williams), bassist Wilbur Bascomb, gitarist Joe Caro en de gerenommeerde blazers: baritonsaxofonist Ronnie Cuber, tenorsaxofonist Lou Marini en trompettist Lew Soloff.

Zij zijn goed op elkaar ingespeeld, al timen sommige bandleden een enkele keer onzorgvuldig.

Nadat Dr. John’s heeft afgeteld blijkt de opener

Continue reading

Off the Fence – James Hunter Six

Easy Eye Sound EES 043

overtuigd traditionalist

Op zijn negende album doet de Engelse zanger-gitarist James Hunter in zijn twaalf nieuwe songs eigenlijk niets anders dan op de vorige acht: hij speelt met zijn groep rhythm ’n blues zoals Jackie Wilson, Sam Cooke en Drifters-zanger Clyde McPhatter die zongen in de jaren vijftig en vroege jaren zestig en die dus neigt naar doo-wop en vroege soul. Daarin verwerkt hij echter ook invloeden uit Zuid-Amerikaanse muziekgenres als bossa nova, mambo, samba, cha-cha-cha, Northern soul en jazz.

Dat doet hij uptempo, maar ook in een enkele effectieve ballad, begeleid door drummer Albin Petschauer, bassist Myles Weeks, toetsenist-percussionist Andrew Kingslow en twee blazers: tenorsaxofonist Drew Vanderwinckel en barotnsaxofonist Michael Buckley.

Die songs blijven vijf keer onder de drie minuten en zes keer onder de vier, zo ook een traditie van destijds huldigend.

Zelf speelt Hunter effectieve gitaarpartijen en scherpe staccatosolo’s, maar hij zingt vooral. Dat doet hij met zijn kenmerkende stem, die wel duidelijk schor geworden is.

Met dat geluid

overtuigt de man die zijn teksten begint met het verzamelen van zoveel mogelijk synoniemen voor kernwoorden, daar rijmwoorden bij zoekt en daarmee vervolgens een tekst in elkaar puzzelt. Hij bezingt in al zijn songs de liefde en is daarbij soms ook persoonlijk: zo gaat ‘Here and Now’ over de liefde voor zijn tweede vrouw.

Het wonderlijkste aan dit kwalitatief goede album is nog, dat Hunter en de zijnen het opnamen met als producer Bosco Mann, medeoprichter van Daptone Records, het platenlabel dat hem enthousiast verwelkomde en waarop hij vanaf 2016 tot en met zijn vorige album zat.

Deze nieuwe komt echter uit op het label van Dan Auerbach, de helft van de Black Keys. Die verleende de groep wel onderdak, maar hield zich verre van muzikale inmenging, al was hij een van de drie mixers. Zo kon Hunter voortgaan op de ooit door hem ingeslagen weg.

In zekere zin is de cirkel daarmee rond, want net als op zijn solodebuut ‘Believe What I Say’ (1996) zingt Van Morrison, zijn ontdekker, weer mee. Destijds deed hij dat echter op twee nummers en deze keer op een.

Hunter eert ook andere invloeden, want hij droeg het album op aan Tommy Byrne, een van de zangers van de Engelse Four Ramblers, en een goede vriend vanaf het moment dat nog niemand zijn derde album wilde uitbrengen.

***1/2

Eerdere berichten over James Hunter vind je in de categorieën Nieuws, Rootsmuziek op radio, tv en internet, Kippenvel’s Top Zoveel en De rode draad.

Vannacht zoop ik de Maas Leeg – De Wachtkamer

Continental Europe CD 106/8 713762 040062

evenwichtskunstenaars

Op het debuut van De Wachtkamer staan dertien songs die hertalingen zijn van songs van Tom Waits. Ze werden geschreven door Jeroen Geurts, die Waits ooit bij toeval ontdekte via het werk van William Burroughs en toen door zijn nummers geïntrigeerd raakte.

Aanvankelijk speelde en zong hij ze solo achter de piano, maar vanaf een optreden op Landjuweel op Ruigoord deed bassist-trombonist Rick Henkelman met hem mee en kort daarna ook drummer-percussionist Luuk Adams, pianist, saxofonist, klarinettist en blokfuitspeler Marcel Cuypers plus gitarist en steelgitarist Joris Kuys.

Geurts en de zijnen kozen Waits-songs uit diens hele loopbaan, van ‘Onder een ijskoude douche’(‘Invitation to the Blues’) tot “Kroonluchter Jan’ (‘Tabletop Joe’), van ‘Berevolle wegen’ (‘Jockey Full of Bourbon’),  tot ‘ ’n Grap op de begraafplaats’, (’Whistlin’ Past the Graveyard’) en van ‘Middenin een droom’ (‘Innocent When You Dream’) tot ‘Kleine man’ (‘Little Man’).

Door de jaren heen zijn al veel Waits-nummers opgenomen door onder anderen Bruce Springsteen, Holly Cole, de Blind Boys of Alabama en Solomon Burke, maar bluesman John Hammond vulde er als een van de weinigen een album mee, al bleef hij op ‘Wicked Grin’ (2001) dicht bij de originelen, misschien doordat Waits het album produceerde en er ook gitaar op speelde. De Zwitserse zangeres Claudia Bettinaglio nam daarvan meer afstand doordat de nu als grafisch vormgeefster en webdesignster werkzame zangeres vanuit een vrouwelijk perspectief te horen was op haar ‘Saving All My Love’(2001), terwijl blueszangers Ian Siegal en Ripoff Raskolnikov, gitarist Mischa den Haring en anderen als Braindogs een rauwe, bluesy draai gaven aan Waits-klassiekers op ‘Real Live Brains’(2019).

Bij dít album dringt zich uiteraard de vergelijking op met de versies die Flip Noorman in 2023 op ‘Zingt Tom Waits (in het Nederlands)’ zette, al koos Geurts slechts twee nummers die Noorman ook hertaalde: ‘Table Top Joe’ is bij hem ‘Kroonluchter Jan’ en bij Noorman ‘Tafelblad Bob’ en ‘Hoist That Rag’ werd respectievelijk ‘Hijs het zeil ‘ en ‘Hijs het vod’.

Hertalingen zijn altijd zowel een kans als een risico: de songs hebben door het Nederlands een andere invalshoek dan de originelen, al is het gevaar dat ze het niveau daarvan niet halen.

Geurts veroorloofde zich soms veel vrijheid in zowel titels als teksten,

Continue reading

Can’t Take My Story Away – Elles Bailey

Cooking Vinyl 0711297925722

waarheen, waarvoor?

In de publiciteit voorafgaande aan de release van haar vijfde reguliere studioalbum liet de Britse Blues- en rootszangeres Elles Bailey weten dat dit album anders zou worden dan al haar andere.

Ze werkte namelijk voor het eerst met producer Luke Potashnick, die met hitacts als Take That, Robbie Williams en Katie Melua in de studio zat, maar ook met bassist en beeldend kunstenaar Klaus Vormann en Jazon Mraz. Ook nam ze haar songs niet op met haar eigen liveband, maar met door hem geselecteerde muzikanten.

De thematiek van de twaalf songs zou ook veel persoonlijker zijn dan voorheen: ze schreef de autobiografische nummers gedurende een periode van negen jaar en nam ze in de afgelopen drie jaar met tussenpozen op in Potashnick’s Wool Studio, waar ook Van Morrison, Tears for Fears en David Sylvian in het verleden opnamen.

Muzikaal blijken de elf songs divers. Blues, roots en soul wisselen elkaar af, hoewel in vier nummers

Continue reading

Bluesy May – Carmen Gomes Inc.

Sound Liaison CGi2025

verborgen schat

De Nederlandse zangeres Carmen Gomes maakte vanaf 1995 al zestien (?!) albums met Carmen Omes Inc.: drummer Bert Kamsteeg en contrabassist Peter Bjørnkild spelen sinds dat jaar met haar, terwijl gitarist Folker Tettero er in 2006 bij kwam.

Net als op haar vorige album mengen ze op dit livealbum klassiekers met eigen songs: tijdens een optreden in historische Studio 2 aan de Hilversumse Heuvellaan speelden ze songs van Blind Willie Johnson, Ray Charles, Billy Holiday, Ella Fitzgerald en Nina Simone, maar ook vier nummers van Gomes zelf.

Op hun overigens toch Engelstalige ‘Nu’ (2006) vertrokken ze na een aantal traditionele jazzalbums voor een avontuurlijke muzikale tocht die inmiddels al twintig jaar duurt. Dat die nog altijd intrigeert, komt doordat de vier de songs steevast uitkleden en daarna minimalistisch in het nieuw steken: Kamsteeg drumt lui maar swingend, vaak onverwacht plagerige accenten leggend met zijn brushes, Bjørnkild speelt daar achteraan, zuigend en trekkend aan zijn noten met zoveel vibratie als alleen op een contrabas kan en Tettero speelt even virtuoze als venijnige solo’s.

Ook snappen ze alle drie hoe ze stiltes moeten laten vallen. Op die manier voeren ze hun songs minimaal uit, maar juist daardoor bouwen ze een spanning op die niet zou kunnen worden geëvenaard met meer noten. Door om Gomes’ zang heen te spelen, geven ze haar namelijk de ruimte om loom te timen en haar woorden op te rekken, waarbij de maat voor haar beginpunt is maar geen verplichting.

Zij mengt sterke invloeden uit

Continue reading

East Side Confessions – KB Bayley

www.kbbayleysongs.com

vier op een rij

De Britse songschrijver en gitarist KB Bayley nam tien songs op voor zijn vierde album.

Zes daarvan schreef hij zelf, maar hij koos ook ‘Everybody’s Got To Learn Sometime’, de hit van The Korgis uit 1980. Dat is een onverwachte verwijzing naar een gelukkige jeugd aan de Engelse oostkust, want de drie andere covers zijn sterk beïnvloed door Amerika, zijn muzikale vaderland: Gretchen Peters’ ‘Love & Texaco’, Patti Griffin’s ‘That Kind of Lonely’ en de honderd jaar oude traditional ‘White House Blues’.

In alle nummers speelt hij op zijn akoestische of elektrische gitaar, lapsteel of dobro, daarmee een sterk melancholieke stemming oproepend achter zijn toch al weemoedige, wat schorre stem. Dat de in 2022 overleden Kelly Joe Phelps een van zijn idolen was, is hoorbaar in zijn door akoestische blues en folk geïnspireerde songs.

Drie van zijn nummers speelt Bayley solo, maar in de andere vroeg hij gitaristen

Continue reading

Coming Home ep – Sister Speak

Reso Nation

www.sisterspeakmusic.com

bestemming

De Canadese singer-songwriter Sherry Anne Nyberg bracht als Sister Speak sinds 2014 achtereenvolgens een studioalbum, een EP, een livealbum en een studioalbum uit. Dat ze nu een EP met vijf songs uitbrengt, lijkt dan ook niet meer dan logisch. Ze hangen thematisch samen, want ze vormen een eerbetoon aan Vancouver Island, waar ze vandaan komt, al zijn de maatschappelijke verdeeldheid van tegenwoordig, vervreemding, de vreugde die de zon brengt en milieuvervuiling daar ook aspecten van.

Drie van die songs zijn een ingetogen combinatie singer-songwriter en folk, maar ‘Oh Sunshine’ heeft met zijn achtergrondzang en handgeklap sterke gospelinvloeden.

Toch past het goed in de sfeer die Nyberg op deze EP optrekt, net als

Continue reading

Sad and Beautiful World – Mavis Staples

ANTI 8078-2

zachte kracht

De inmiddels 86 jaar oude Mavis Staples nam voor haar nieuwe album tien songs op van onder anderen Curtis Mayfield, Tom Waits, Gillian Welch en Leonard Cohen, maar ook van Mark Linkous, die vier albums maakte als Sparklehorse, Frank Ocean en singer-songwriter Kevin Morby. Alleen ‘Human Mind’ werd voor haar geschreven door Allison Hunter en Hozier, maar ze werden alle geproduceerd door multi-instrumentalist Brad Cook. Hij produceerde eerder albums van Bon Iver en Nathaniel Ratecliff en bracht drummer Matt McCaughan, multi-instrumentalist Phil Cook en gitarist Nathan Stocker mee.

Hij laat Staples goed tot haar recht komen, doordat ook hij alle nadruk legt op haar stem en de muziek daaraan ondergeschikt maakt. Cook’s aanpak is namelijk niet veel anders dan op vorige, door anderen geproduceerde albums. Blijkbaar was Staples’ hiervan sterk afwijkende single ‘Worthy’ in 2024 eenmalig. Daarop liet zij zich produceren én inpakken door MNDR, een Amerikaanse elektropop-artiest.

Binnen deze songs is het openingsnummer desondanks opvallend afwijkend: in Tom Waits’ ‘Chicago’ reproduceerde Cook de gejaagde sfeer van het origineel met Buddy Guy, Rick Holmstrom en Derek Trucks als zinderende gitaristen. Daarin heerst desondanks Staples expressieve geluid in een tekst die gelijkenissen vertoont met de levensloop van Roebuck ‘Pops’ Staples, een van de activisten voor de rechten van de Afro-Amerikanen. Zo lijken Waits’ woorden meer dan ooit te gaan over het beloofde land, al is die stad Staples geboortestad en woonplaats.

Daarna overheersen

ballads met een open geluid waarin de vooral mineurakkoorden spelende saxofonist Matt Douglas plus trompettisten Will Miller en Trever Hagen voorname sfeerbepalers zijn, net als Colin Croom’s tweemaal terugkerende steelgitaar, de gitaren van  Staples’ vaste gitarist Holmstrom, MJ Lenderman en Stocker of de even nasaal als wanhopig klinkende slide van Trucks (‘Hard Times’).

Alleen in de stemmige versie van Ocean’s ‘Godspeed’ zit een onverwacht aanzwellend eind: het is een geluidscollage met daarin ontsporende instrumenten en de stem van Kara Jackson, de Amerikaanse Youth Poet Laureate in 2019 en 2020.

Grote namen als Wilco’s Jeff Tweedy, Staples’ex-producer, Bon Iver en Bonnie Raitt spelen en zingen incidenteel ook mee, maar maakten zich met veel plezier ondergeschikt aan Staples’ geluid, zodat ze zelf eigenlijk niet opvallen.

Zo slaagt ze erin, deze songs naar zich toe te trekken: Linkous’ titelnummer wordt een persoonlijke geloofsbelijdenis en Morby’s nummer, geschreven na aanslagen in Parijs (concertzaal Bataclan) en Orlando en na de dood van de zwarte Amerikaan Freddie Gray ten gevolge van politiegeweld tijdens zijn arrestatie in Baltimore, wordt een indringende oproep tot zelfopoffering en solidariteit. Staples rijgt ze aaneen met Mayfield’s ‘We Got to have Peace’, een protest tegen de oorlog in Vietnam, en Eddie Hinton’s ‘Everybody Needs Love’ uit 1986. In ’Human Mind’ zingt Staples bovendien emotioneel haar vader toe over hoe ze als laatste lid van het gezin hem en de anderen nog altijd mist.

Ze zingt vaak zacht en ingehouden, maar altijd met veel expressie en nuance en maakt van haar schorre geluid een kracht. Zij overtuigt zo niet alleen nog maar eens als zangeres, ze toont ook aan dat de liefde niet te onderschatten is en dat die het kwade uiteindelijk zal overwinnen.

Dat ze niet preekt, maar met een dwarsdoorsnede van teksten van artiesten uit allerlei genres en van allerlei leeftijden een geheel smeedde, maakt dit album tot een van de beste van de laatste jaren van het tot een icoon van de maatschappelijk betrokken gospel uitgeroeide Staples, hoewel al die albums op zich ook sterk waren.

****

Eerdere berichten over Mavis Staples vind je in de categorieën nieuws, rootsmuziek ook radio, tv en internet, Dossier Ook al dood…, concerttips, andere rootsradio, concertrecensies en luisterpalen.

Mijn recensie van ‘Carry Me Home’, het gezamenlijke album van Staples en Levon Helm vind je in de categorie recensies roots, en die van ‘Live – Hope at The Hide Out’ in de categorie recensies gospel.

Seven Levels – Tommy Talton

www.tommyraltonmusic.com

muzikaal testament

De Amerikaanse gitarist Tommy Talton had letterlijk meer verleden dan toekomst toen hij in 2022 begon met de opnamen van deze zeven songs, want hij was gediagnosticeerd met kanker en wist dat hij geen kans op genezing had.

Talton is de man die ooit met Scott Boyer in 1970 de formatie Cowboy oprichtte, daarmee vier albums opnam, na het uiteenvallen van de groep in Macon, Georgia veel sessiewerk deed en zes soloalbums uitbracht. Ook woonde hij vanaf 1994 ongeveer een decennium in Luxemburg en speelde van daaruit in Europa met The Rebelizers.

In deze nummers op zijn afscheidsalbum blijkt dat zijn muziek slechts een enkele overeenkomst heeft met die van Capicorn-labelgenoten als Duane Allman, Dicky Betts en Gregg Allman, iconische gitaristen met wie hij speelde.

Natuurlijk spelen zijn gitaarsolo’s een grote rol in deze songs, maar die zijn eerder vloeiend dan vlammend:

Continue reading
« Older posts