elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: Dossier Ook al dood….. (Page 1 of 26)

toetsenist Augie Meyers overleden

De Amerikaanse toetsenist Augie Meyers is op 7 maart overleden na een korte ziekte. Hij was 85 jaar.

Meyers was de toetsenist van het in de jaren zestig fameuze Sir Douglas Quintet en later van de Texas Tornados.

In het Sir Douglas Quintet zat ook voorman Doug Sahm, Meyers’ jeugdvriend. Ze richtten die groep in de vroege jaren zestig op, maar begonnen al samen op te treden in de jaren vijftig.

In die groep was Sahm’s stem bepalend, maar Meyers’orgel net zo goed.

Beide zijn goed te horen in hun klassieke ‘She’s ABout A Mover’, een song die in de VS een grote hit was, net als ‘Mendocino’(1968).

De groep viel uiteen in 1972, maar Meyers en Sahm bleven samen spelen.

In 1989 richtten ze de Texas Tornados op, de als supergroep geafficheerde formatie met twee andere grote namen: zanger Freddy Fender en accordeonist Flaco  Jiménez.

Hun nummer ‘(Hey Baby) Que Paso’ werd mede door Meyers geschreven en groeide uit tot het ‘volkslied’van San Antonio, de stad waar hij vandaan kwam.

In 1991 won de groep een Grammy in de categorie Best Mexican-American Performance met ‘Soy de San Luis’.

Ook maakte Meyers meer dan twintig soloalbums.

Meyers was ook in trek bij andere artiesten en speelde toetsen op nummers op albums van  Bob Dylan (‘Time Out of Mind’ en ‘Love and Theft’), Willie Nelson, Tom Waits (‘Bad As Me’), Jerry Lee Lewis, Townes Van Zandt, de recent overleden bluesman John Hammond (‘Ready for Love’ en ‘Wicked Grin’) en Tom Jones (‘Praise & Blame’).

Country Joe McDonald overleden

In Berkeley, Californië, is op 7 maart Country Joe McDonald overleden aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. Hij was 84 jaar.

MCDonald was de voorman van Country Joe & The Fish, een groep die hij in 1965 oprichtte met gitarist Berry Melton, die ‘The Fish’ als bijnaam had.

In dat jaar bracht de groep ook ‘I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To- Die Rag’ uit. Dat deed de groep zonder steun van een label. Het kwam namelijk uit op een EP die hoorde bij McDonald’s muziektijdschrift  ‘Rag Baby’.

Voor hun tweede album uit 1967 nam de groep de protestsong tegen de deelname van de Verenigde Staten aan de Vietnamoorlog vanuit het perspectief van de dienstplichtige soldaten opnieuw op: ‘And it’s one, two, three, what are we fighting for?/Don’t ask me I don’t give a damn/Next stop is Vietnam/And it’s five, six, seven, open up the pearly gates/Well there ain’t no time to wonder why/Whoopie! We’re all gonna die!’

Ironisch is, dat McDonald zelf diende bij de Amerikaanse marine.

In 1969 speelde hij solo op de fameuze eerste editie van het Woodstock-festival. Waar hij het publiek niet alleen liet meezingen in ‘The Fish Cheer’, maar de toeschouwers ook luidkeels het woord ‘fuck’ liet spellen.

Daarvoor was hij bij eerdere optredens gearresteerd en dat dat de film haalde, kon hij aanvankelijk dan ook nauwelijks geloven.

Kort na het festival viel de groep uiteen, maar McDonald bleef opnemen en optreden. In zijn songs was de maatschappelijke lading altijd dichtbij, van sociale rechtvaardigheid tot de milieucrisis. Zo getuigde hij bij het proces tegen de Chicago Seven en nam hij een voorbeeld aan zijn held en inspiratie Woody Guthrie. Hij bracht dan ook enkele albums uit met covers van  songs van dat folkicoon. Ook zette hij zich in voor bijvoorbeeld het lot van de walvissen en voor Vietnamveteranen.

Quarrymen’s Len Garry overleden

In Engeland is op 2 maart Len Garry overleden aan de gevolgen van een longontsteking. Hij was 84 jaar.

Hij was een van de Quarrymen, de groep waarvan de jonge Paul McCartney en John Lennon ooit lid waren samen met Colin Hanton, Rod Davis, Pete Shotton en Eric Griffiths.

McCartney kwam bij de groep in 1957. Toen waren Garry en Lennon er al lid van, want Lennon richtte de groep op. Later zou ook George Harrison er deel van uit maken, al speelde hij aanankelijk bas. Ook Stuart Sutcliffe deed dat.

Uiteindelijk zouden de Quarrymen evolueren in de Silver Beatles en daarna in…

Garry had de groep toen al verlaten vanwege zijn slechte gezondheid: hij liep meningitis op en lag zeven maanden in een ziekenhuis.

Garry werd architect en toerde later met een gospelgroep die Come Together heette.

In 1994 nam Rod Davis al een studioalbum op met sessiemuzikanten, ‘Open for Engagements’ en in 1997 kwamen de Quarrymen weer bijeen voor een reünieconcert, zij het zonder McCartney en Harrison.

Dat deden ze vanwege het feit dat de groep veertig jaar voor het eerst optrad met Lennon en McCartney in de gelederen.

Daarna gingen ze ook op tournee door het Verenigd Koninkrijk, maar ook door de Verenigde Staten, Duitsland en Japan.

Ook brachten ze drie albums uit waarvan de twee van de titels duidelijk naar de Beatles verwezen: ‘Get Back – Together’ (1997), ‘Songs we Remember’ (2004) en ‘Grey Album’(2012)

McCartney herdacht Garry op zijn sociale media als volgt:’ My dear old mate from the Quarrymen, Len Garry, has passed away.

He was a lovely guy and I’m sad to see him go but glad that we had so many fun times together. Rest in Peace Len, Love Paul.’

bluesman John Hammond overleden

Op 28 februari is John Hammond overleden. De bluesman was 83 jaar oud. Zijn doodsoorzaak is niet bekend gemaakt.

John Hammond noemde zich aanvankelijk John Hammond Jr. , want hij was de zoon van de producer met dezelfde naam. Die noemde zicht trouwens ooit ook John Hammond Jr. , maar werd een grote naam, doordat hij artiesten als Benny Goodman, Count Basie, Billie Holiday, Bob Dylan, Aretha Franklin en Stevie Ray Vaughan ontdekte.

John Hammond Jr. ging op de middelbare school gitaar spelen en stopte met studeren om muziek te maken in het New Yorkse Greenwich Village, waar folk en blues in het begin van de jaren zestig werden herontdekt door een generatie jonge artiesten.

In 1963 kwam zijn naamloze eerste album uit met daarop klassieke bluessongs van Muddy Waters, Lightnin’ Hopkins en Robert Johnson, maar ook Chuck Berry’s ‘Maybellene’.

Hij bracht meer dan dertig albums uit. Een daarvan was ‘Wicked Grin’ uit 2001, waarop hij songs met Tom Waits speelde die door Waits zelf werden geproduceerd, terwijl hij er ook op meespeelde:

Continue reading

Grateful Dead’s Bob Weir overleden

Grateful Dead-gitarist Bob Weir is overleden aan de gevolgen van een longziekte. Hij was 78 jaar.

Weir richtte samen met Jerry Garcia de groep op op Oudjaarsdag in 1965, nadat ze elkaar tegen het lijf waren gelopen in een winkel voor muziekinstrumenten en ze daar samen hadden gejamd.

Weir was toen zeventien en zijn moeder eiste dat de andere bandleden hem thuis zouden brengen na concerten, opdat hij de volgende dag weer naar school kon.

Grateful Dead stond bekend om hun lange, meanderende concerten en hun trouwe fanschare, de Deadheads. De groep combineerde blues, jazz, country, folk en psychedelische rock tot lange songs, die vaak op het podium van gedaante veranderden.

Velen van hen volgden de groep op hun tournees en  maakten en ruilden bootlegs van de optredens. Bijzonder was, dat dat de volle instemming van de groep had, al zullen ze daardoor nog minder albums hebben verkocht dan ze al deden.

Grateful Dead kende vele bezettingswisselingen, maar Weir zat er altijd in, ook toen Garcia overleed in 1995 en de resterende muzikanten besloten door te gaan onder de namen Dead en Dead & Company.

Weir speelde niet alleen gitaar, maar zong ook regelmatig de leadzang en schreef onder meer ‘Sugar Magnolia’, ‘Playing in the Band’ en ‘Mexicali Blues’.

Dit is de verklaring die op Weir’s sociale media is gezet:

Continue reading

songwriter Don Bryant overleden

Op vrijdag 26 december is songwriter Don Bryant overleden. Hij was 83 jaar.

Bryant schreef in 1973 ‘I Can’t Stand the Rain’ samen met zangeres Ann Peebles, dat een hit voor haar werd. De twee trouwden een jaar later.

Daarvoor had hij al ’99 Pounds’ voor en over haar geschreven, want hij was toen al verliefd op haar.

Op dat moment had Bryant al een lange loopbaan achter de rug: hij maakte kennis met gospel door de groep van zijn vader ‘The Four Stars of Harmony’ en begon te zingen tijdens kerkdiensten toen hij vijf was. Hij vormde The Four Kings, een gospelkwartet, toen hij op de middelbare school zat.

In 1960 schreef hij ‘I Got To Know’ voor The 5 Royales en hij schreef ook nummers voor andere artiesten van het Hi-label. Ook schreef hij ‘I’m Gonna Tear Your Playhouse Down’.

In totaal schreef hij meer dan 150 nummers voor onder anderen Etta James, Solomon Burke en Albert King, maar hij bracht ook drie soloalbums uit. Zijn debuut ‘Precious Soul’ verscheen in 1969.

Tussen 1987 en 2000 bracht hij onder de naam Donald Bryant and a Chosen Few drrie gospelabums uit: ‘What Do You Think About Jesus’ (1987), ‘I’m Gonna Praise Him’(1989) en ‘It’s All in the World’ (2000).

Toch schreef hij vooral voor Peebles, met wie ook op tournee ging als begeleider.

Pas nadat zij en hersenbloedig had gehad in 2012, begon hij weer zelf op te treden.

Na de dood van Peebles maakte hij opnieuw twee soloalbums: ‘Don’t Give Up’ (2017) en ‘You Make Me Feel’. Het eerste leverde hem de uitverkiezing op voor het lidmaatschap op van de Memphis Music Hall of Fame.

Het tweede verscheen in 2020 en leverde hem zijn eerste Grammy-nominatie in de Best Traditional Blues Album op:

Continue reading

Chris Rea postuum onrecht aangedaan

Dat zanger-gitarist Chris Rea op 22 december overleden is op 74-jarige leeftijd, zal je niet hebben kunnen ontgaan.

Evenmin kun je gemist hebben, dat zijn overlijden plaatsvond in een ziekenhuis na een kort ziekbed en in het bijzijn van zijn vrouw en dochters Josephine en Julia.

Veel media meldden terecht ook dat bij hem in 2001 alvleesklierkanker werd vastgesteld en dat vervolgens zijn alvleesklier werd verwijderd, waarna hij opnieuw albums opnam en tournees maakte.

Ook het feit dat hij na een beroerte in 2016 nog een tournee maakte en onwel werd tijdens zijn afscheidsconcert in 2017, was vaak te lezen.

Die feiten kloppen allemaal en geven reliëf aan een leven waarbij Rea langzaam maar zeker de blues meer en centraal stelde, maar van die muzikale ontwikkeling is nergens iets terug te lezen.

Overal wordt zijn tenenkrommende ‘Driving Home for Christmas’ gememoreerd alsof de wereld zich hem vanwege die kersthit zou moeten herinneren.

Rea zelf had inderdaad goede herinneringen aan het nummer, zoals onlangs nog bleek in een interview met de Daily Mail:  

https://www.express.co.uk/celebrity-news/2148075/rock-star-had-driving-ban

Ook zijn andere hits uit de jaren zeventig en tachtig gingen gebukt onder een destijds uiterst modern geluid, waarbij nu vooral opvalt hoezeer die nummers naar de hitparade lonkten.

Het belang van Rea ligt dan ook niet bij die toeval tot stand gekomen, onverbiddelijk voort dreinende radioklassieker, noch bij songs als lichtvoetige songs als ‘Fool’ (If You Think It’s Over’) van zijn debuutalbum ‘Whatever Happened to Benny Santini?’ (1978) , ‘On the Beach’, ‘Josephine’ of ‘Julia’.

Dat ligt bij een aantal albums die hij uitbracht op zijn eigen label Jazzee Blues, dat hij oprichtte nadat hij die alvleesklierkanker had overleefd. Die ziekte deed hem inzien, dat hij voortaan alleen nog moest doen, wat hij wilde.

Dat resulteerde in twee albums waar hij een buitengewone balans vond tussen zijn karakteristiek rauwe stem, zijn steeds rootsier geworden gitaarsolo’s en zijn intrigerende, bluesy songs.

‘Stony Road’(2002) en ‘The Blue Jukebox’ bleven in die necrologieën steevast ongenoemd, terwijl Rea daarop sterker dan ooit naar Amerika reikte én naar de sterren met songs die met name op ‘The Blue Jukebox’ ook jazzinvloeden hadden. ‘Long Is the Time, Hard Is the Road’ is daarvan een goed voorbeeld, terwijl hij ook in die song weer reizen als de voor de hand liggende metafoor van het leven gebruikte, net als in veel andere nummers.

Daarna bracht hij ‘Blues Guitars’ (2005) uit, een enorme box met bluesalbums waarop hij de hele geschiedenis van de ontwikkeling van dat genre samenvatte op elf (?!) albums en een DVD. Hij deed dat eerder voor zichzelf dan voor de verkoopaantallen, net als het instrumentale ‘The Return of the Fabulous Hofner Bluenotes’(2008).

Ook de albums daarna maakte hij voor zijn eigen plezier, hoewel hij daarop soms weer terugkeerde naar het kunstmatige drumgeluid van zijn hitperiode, hoewel hij tegelijkertijd een verklaarde afkeer had van de sterrenstatus die popmuzikanten ten deel kan vallen.

Zo toerde hij bijvoorbeeld ook nooit door de VS, hoewel hij daar een tijdlang enorm populair was.

Eerdere berichten over Chris Rea vind je in de rubriek nieuws.

Over zijn ’Driving Home voor Christmas’ en andere kreupele kerstnummers schreef ik de column ‘Jingle bells-terreur’.

Die vind je in Dossier: Kerstmis en muziek.

Daar vind je uiteraard ook andere berichten over de deprimerende uitwassen rond de periode waarin geboorte van Jezus wordt gesitueerd.

Mick Abrahams, eerste Jethro Tull-gitarist, overleden

De Engelse gitarist Mick Abrahams is op 19 december overleden. Hij was 82 jaar oud.

Abrahams was afkomstig uit de Britse bluesscene en een van de oorspronkelijke leden van Jethro Tull, de groep die in 1967 werd opgericht door hem, zanger-fluitist Ian Anderson, drummer Clive Bunker en bassist Glenn Cornick.

In oktober 1968 kwam hun debuut uit, ‘This Was’. Abrahams schreef mee aan twee nummers en schreef er een alleen. Dat is het korte en zeer jazzy  “Move on Alone’, dat hij ook zong.

In december van dat jaar verliet hij de groep echter vanwege een muzikaal meningsverschil met Anderson: die wilde folk rock combineren met wat daarna progrock zou worden genoemd, terwijl Abrahams blues rock en jazzinvloeden wilde spelen. Die laatste genres zijn op dat debuut inderdaad nog terug te horen, maar de door Anderson ingezette stijlverandering is al goed te horen op opvolger ‘Stand Up’.

Abrahams verweet Anderson later een muzikale dictator te zijn die in zijn eentje de koers van de groep wilde bepalen.

Abrahams richtte daarna Blodwyn Pig op en bracht met die groep in 1969 twee albums uit: ‘Ahead Rings Out’ en ‘Getting to This’. Beide kwamen in de Britse albumtop tien. De groep speelde op grote festivals als het Isle of Wight Festival en het Reading Festival.

Blodwyn Pig ging voor de eerste keer uiteen in 1970, maar werd door de decennia heen voor relatief korte tijd regelmatig nieuw leven ingeblazen.

Daarna richte Abrahams nog Wommett op en de Mick Abrahams Band. Ook bracht hij een aantal soloalbums uit.

Nadat hij in 2009 een hersenbloeding had gehad en daarvoor al twee hartaanvallen, kon hij veel minder goed gitaar spelen, iets wat hem diep frustreerde. Toch bracht hij in 2015 nog ‘Revived!’ uit.

Daarop was onder anderen gitarist Martin Barre te horen, die man die hem had opgevolgd bij Jethro Tull.

Anderson herdacht hem zo:

Continue reading

regisseur Rob Reiner en zijn vrouw vermoedelijk vermoord

Regisseur Rob Reiner en zijn vrouw Michelle Singer zijn vermoedelijk vermoord.

Beiden zijn op zondag 14 december dood aangetroffen in hun woonhuis. Ze werden naar verluidt gevonden door hun dochter, terwijl hun zoon verdacht wordt van de dubbele moord. Hij zou zijn ouders hebben doodgestoken.

Reiner was 78 jaar en Singer 68.

Reiner was bekend als regisseur van grote speelfilms als ‘The Princess Bride’ (1986), ‘When Harry Met Sally’ (1989) en ‘A Few Good Men’(1992), maar regisseerde in het begin van zijn loopbaan als regisseur ook ‘This Is Spinal Tap’, de nepdocumentaire over een hardrockband en zeer recent nog het vervolg daarop. ‘Spinal Tap II: The end Continues’ ging afgelopen september in première.

Reinder brak in 1971 door als acteur in het destijds ook in Nederland ook zeer populaire ‘All in the Family’, waarin hij de wat linksige schoonzoon Mike Stivic speelde, door hoofdrolspeler Archie Bunker (Carroll O’Connor) steevast ‘Meathead’ genoemd. Voor die rol kreeg hij tot het einde van die sitcom in 1979 twee keer een Emmy, de hoogste Amerikaanse tv-onderscheiding.

Ook later speelde hij nog bijrollen in films als ‘Sleepless in Seattle’ en ‘The Wolf  of Wall Street’.

Eerdere berichten over de twee ‘Spinal Tap’-films vind je in de categorie nieuws.

Tetsu Yamauchi, bassist van Free en The Faces, overleden

De Japanse bassist Tetsu Yamauchi is op 4 december jl. overleden. Hij was 79 jaar.

Dat bleek uit een korte verklaring van zijn familie op de sociale media: ‘To all of you who have always supported us. On December 4, Reiwa 7, Tetsu Yamauchi passed away peacefully, surrounded by family.

We sincerely thank everyone who enjoyed Tetsu’s music and offered kind words until now. Those were fun times. It’s a long time, but a short time.’

Hoewel Yamauchi’s carrière zich voor het grootste deel in Japan afspeelde en dus buiten ons zicht, was hij in de jaren zeventig een paar jaar de bassist van Free en daarna van The Faces.

Hij zat oorspronkelijk in Japanse groep Micky Cutis & The Samurais, waarmee hij twee albums uitbracht in 1971.

In datzelfde jaar werd hij de vervanger van Free-bassist Andy Fraser en nam hij met drummer Simon Kirke, toetsenist John ‘Rabbit’ Bundrick en gitarist Paul Kossoff het album ‘Kossoff, Kirke, Tetsu & Rabbit ’op. Daarop zong Paul Rodgers niet mee, want hij en Fraser hadden ruzie gekregen met de andere drie Free-leden.

Toen Fraser vervolgens echt uit de groep stapte, nam die in 1972 met Rodgers én Tetsu ‘Heartbreaker’ op. Dat bleek het laatste album van de groep, maar daarop stond wel ‘Wishing Well’, de klassieker waaraan Tetsu net als alle andere leden meeschreef. Of Tetsu dat nu ook inderdaad deed, of het nummer het resultaat was van een spontane jamsessie, of dat ze de royalties eerlijk wilden verdelen, blijft de vraag.

Interne spanningen zorgden voor het uiteenvallen van de groep en Tetsu stapte over naar The Faces, waaruit Ronnie Lane vertrokken was.

Hij was in 1972 de bassist op een single met de gedenkwaardige titel ‘You Can Make Me Dance, Sing or Anything (Even Take The Dog For A Walk, Mend A Fuse, Fold Away The Ironing Board, Or Any Other Domestic Shortcomings)’ en nam een tweede soloalbum op: ‘Kikyou’.

Ook speelde mee op het Faces-livealbum ‘Coast to Coast: Overture and Beginners’(1974).

Daarna werkte hij nog  ongeveer een jaar als sessiemuzikant voor hij terugkeerde naar Japan.

Daar richtte hij de Tetsu Yamauchi & the Good Times Roll Band op en in 1985 de Ope Band met free-jazzdrummer Shoji Hano. Van beide groepen kwam een livealbum uit.

In 2023 en 2024 trad hij nog weer onder de naam Meets Duo op met drummer Yoshitaka Shimada, die ook in de Good Times Roll Band zat.

« Older posts