elke dinsdagavond van 20:00 - 22:00 op RTV Katwijk op 106.8FM en via deze site


Uitzending gemist

Category: recensies roots (Page 1 of 26)

Theodore – Theo Sieben

Continental Blue Heaven/CRS CD 2061

de blues meester

Op zijn zesde eigen album zette zanger-gitarist Theo Sieben tien akoestische bluessongs, die hij speelde op oude gitaren: Martins, National resonators, een Regal-lapsteel en een Vega-banjo.

Hij nam ze bij hem thuis op met een zgn. ‘vintage’- microfoon en speelde ze live in, al zit er soms een enkele overdub in.

Net als bijvoorbeeld op voorganger ‘Join the Crowned!’ bewijst Sieben met fingerpicking een rijk en sfeervol geluid te kunnen creëren, waarbij hij zowel de melodie speelt als soleert.

Daarbij is wat hij weglaat even belangrijk als wat hij speelt: de door hem gespeelde melodieën zijn vaak meditatief en sluiten nauw aan op de zanglijn, bijvoorbeeld in Mississippi John Hurt’s klassieke opener ‘Pallet on your Floor’.

In ‘How to Live without the Blues’ legt hij zingend verantwoording af voor zijn voorkeur voor het genre, zijn liefde ervoor vergelijkend met die voor een vrouw. Die liefde dateert niet van gisteren, want op zijn solodebuut ‘Until Grass’(2011) en opvolgers ‘Invite to Dance’ (2012), ‘Delphinidin’ (2016), ‘Market Meat’ (2018) en ‘Join the Crowned’ (2022) is dat ook zijn belangrijkste inspiratie, al zijn net als deze nieuwe daarop ook invloeden uit Amerikaanse folk te horen.

Hij sluit zo muzikaal aan bij bijvoorbeeld de in 2019 overleden Kelly Joe Phelps en de Engelsman KB Bailey in een combinatie van eigen songs en covers:

Continue reading

Live at The Bottom Line ‘79 – Lowell George and his band

Straight Music STRT017

sterke zwanenzang

De even getalenteerde als getroebleerde zanger-gitarist Lowell George was de onbetwiste leider van Little Feat, een groep die hij na twee rauwe, door blues, rootsrock en country beïnvloede albums naar grote hoogte wist te stuwen met hun album ‘Dixie Chicken’. Ook op de daarop volgende albums ‘Feat’s Don’t Fail Me Now’ en ‘The Last Record album’ voerde hij met zijn composities, zang en slidegitaar de boventoon, maar zijn grillige levenswandel zorgde voor veel ongenoegen bij originele leden Bill Payne (toetsen) en Rickie Hayward (drums), terwijl ook ten tijde van ‘Dixie Chicken’ toegetreden Paul Barrere (gitaar en zang), Kenney Gradney (bas) en Sam Clayton (percussie) met de gevolgen van George’s onvoorspelbaarheid werden geconfronteerd.

Bovendien wilden met name Payne en Barrere meer ruimte voor de door hen geschreven songs en was George slechts bereid die in beperkte mate te geven, terwijl zijn eigen creativiteit hem meer en meer in de steek liet.

Dat leidde al tot spanningen op ‘Time Love a Hero’, waar George nog maar een nummer schreef en aan een ander meeschreef, maar nog meer tijdens de tournee waarvan ‘Waiting for Columbus’ de weerslag is. Zo liep George steevast van het podium tijdens ‘Day at the Dog Races’: hij vond het jazzrock à la Weather Report en dat was niet bedoeld als compliment.

Gefrustreerd door zijn aangetaste leiderschapspositie maakte hij in 1979 bekend dat hij de groep ontbond en bracht hij een soloalbum uit, ‘Thanks, I’ll Eat it Here’. Ook ging hij op tournee met een door hem samengestelde groep om dat album te promoten en zo zijn solocarrière te lanceren.

Deze acht songs tellende op zijn best semilegale cd uit 2021 is de samenvatting van een van de laatste optredens die George op 24 juni 1979 met die band gaf, want hij zou vijf dagen later dood gevonden worden in zijn hotelkamer. Hij was overleden aan de gevolgen van een hartaanval, hoewel overmatig eten, drank en drugs daarbij vermoedelijk ook rollen hebben gespeeld. Andere bronnen spreken namelijk over een overdosis cocaïne als doodsoorzaak. Door zijn ontijdige dood had hij maar acht soloconcerten kunnen geven.

Tijdens het concert greep hij enerzijds terug op nummers die hij voor Little Feat schreef (de klassiekers ‘Fat Man in the Bathtub’, ‘Dixie Chicken’, ‘Willin’’ en ‘Spanish Moon’) en speelde hij van zijn soloalbum naast zijn eigen ‘Honest Man’ covers van songs die hij daarop had gezet, vermoedelijk als gevolg van zijn slechter wordende gezondheid en een gebrek aan inspiratie: Allen Toussaint’s ‘What Do You Want the Girl to Do’, Ann Peebles’ ’I Can’t Stand the Rain’ en Rickie Lee Jones’ ’Easy Money’.

Waar Toussaint’s nummer door de gebruikte strijkerssectie op die plaat een futloze indruk maakte, klinkt het hier geïnspireerd:

Continue reading

3614 Jackson Highway – Jesper Lindell

Yep Rock/V2 YEP-3124

enthousiast eerbetoon

Dat de Zweedse zanger-gitarist Jesper Lindell met zijn Brunsvikk Sounds naar de Verenigde Staten trok om er in twee studio’s covers op te nemen van een aantal van favoriete songs, is een vanzelfsprekend gevolg van zijn albums met eigen nummers. Daarop is hij muzikaal schatplichtig aan de Amerikaanse rootstraditie, onder meer aan The Band. Tenslotte zette hij op ‘Twilights’ al een cover van het door Robbie Robertson geschreven ‘Twilight’, terwijl hij met de titel van dat album ook indirect naar dat nummer van ‘Cahoots’ knipoogde.

Dat hij dit eerste album van twee vernoemde naar het adres van de Muscle Shoals Sound Studio is al even logisch: hij en co-producer Björn Pettersson selecteerden negen klassieke songs die uit die studio stammen en namen ze live op met drummer Simon Wilhelmsson, bassist Anton Lindell, toetsenist,  accordeonist en co-producer Rasmus Fors, pianist Carl Lindvall en gitarist, violist, trompettist en hoornist Jimmy Reimers, terwijl Lindell zoals altijd gitaar speelde en kenmerkend neuzelend zong.  Dat deden ze in anderhalve dag (!), al

Continue reading

Can’t Take My Story Away – Elles Bailey

Cooking Vinyl 0711297925722

waarheen, waarvoor?

In de publiciteit voorafgaande aan de release van haar vijfde reguliere studioalbum liet de Britse Blues- en rootszangeres Elles Bailey weten dat dit album anders zou worden dan al haar andere.

Ze werkte namelijk voor het eerst met producer Luke Potashnick, die met hitacts als Take That, Robbie Williams en Katie Melua in de studio zat, maar ook met bassist en beeldend kunstenaar Klaus Vormann en Jazon Mraz. Ook nam ze haar songs niet op met haar eigen liveband, maar met door hem geselecteerde muzikanten.

De thematiek van de twaalf songs zou ook veel persoonlijker zijn dan voorheen: ze schreef de autobiografische nummers gedurende een periode van negen jaar en nam ze in de afgelopen drie jaar met tussenpozen op in Potashnick’s Wool Studio, waar ook Van Morrison, Tears for Fears en David Sylvian in het verleden opnamen.

Muzikaal blijken de elf songs divers. Blues, roots en soul wisselen elkaar af, hoewel in vier nummers

Continue reading

Sometimes in Bad Weather, Edenton en Live at the Bird SF – Kemp Harris

te late ontdekking

De zwarte, homoseksuele, Amerikaanse pianist en zanger Kemp Harris bleek op zijn album ‘The America Chronicles’ (2025) maatschappelijk betrokken en veelzijdig: hij verwekte soul, gospel, jazz, music hall en reggae in songs over discriminatie, achterstelling en liefde in tien songs. Daaruit bleek een even sterk idealistische als activistische instelling, die hij overbracht met een sterke, expressieve stem.

Hoewel hij een nieuwe naam leek, is dat helemaal niet het geval: hij bracht al in 2002 ‘Sometimes in Bad Weather’ uit en in 2006 ‘Edenton’, terwijl na een lange onderbreking in 2021 ‘Live at the Bird SF’ verscheen van de man die zijn hele leven basisschoolleerkracht was.

Uit de songs op die albums blijkt duidelijk dat ‘The America Chronicles’ de voortzetting is van zijn strijd, want ook die twee eerdere studioalbums was hij tekstueel uitgesproken en dat blijkt hij tijdens zijn optreden in San Francisco in 2021 ook te zijn geweest.

Tegelijkertijd

Continue reading

oude recensies albums Daniël Lohues

De Drent Daniël Lohues is een fascinerende singer-songwriter die maar liefst zeventien studioalbums en een livealbum maakte sinds 2003.

Hij combineert laconieke overpeinzingen met onvoorwaardelijke gedachten over liefde en leven en schrijft daar vaak intieme muziek bij.

Zo gaat in veel van zijn songs alle aandacht naar die teksten, al zijn zijn instrumentaties bijna altijd zeer verzorgd en jaloersmakend sfeervol.

Daarvoor moet je om zijn teksten heen luisteren en dat is niet makkelijk, want Lohues is een zingende filosoof die zijn hartzeer niet onder stoelen of banken steekt, maar die doodkalm en bijna mompelend bezingt.

Op mijn website vond je al allerlei berichten over Lohues in de categorieën niets, concerttips, rootsmuziek op radio, tv en internet en luisterpalen.

Mijn recensies van ‘Gunder’ en ‘Zo is ’t goan’ stonden uiteraard al in de rubriek recensies roots, maar voor muziekmagazine Heaven schreef ik door de jaren heen nog vier recensies over andere albums die hij uitbracht. Drie daarvan werden in hun geheel  geplaatst; alleen van mijn recensie van ‘Sowieso’ werden slechts fragmenten gebruikt in de destijds bestaande rubriek ‘Ook verschenen’.

Die publiceer ik nu alsnog op mijn site, doordat Lohues nu zijn ‘Verzamelaar’ heeft uitgebracht en zo ook terugkijkt.

Met 24 bevat die wel een groot aantal nummers maar toch ook vooral heel veel niet.

Via die recensies kun je dan zelf bepalen of het alsnog aanschaffen van de originele albums niet een betere beslissing is dan het kopen van die verzamelaar:

Continue reading

East Side Confessions – KB Bayley

www.kbbayleysongs.com

vier op een rij

De Britse songschrijver en gitarist KB Bayley nam tien songs op voor zijn vierde album.

Zes daarvan schreef hij zelf, maar hij koos ook ‘Everybody’s Got To Learn Sometime’, de hit van The Korgis uit 1980. Dat is een onverwachte verwijzing naar een gelukkige jeugd aan de Engelse oostkust, want de drie andere covers zijn sterk beïnvloed door Amerika, zijn muzikale vaderland: Gretchen Peters’ ‘Love & Texaco’, Patti Griffin’s ‘That Kind of Lonely’ en de honderd jaar oude traditional ‘White House Blues’.

In alle nummers speelt hij op zijn akoestische of elektrische gitaar, lapsteel of dobro, daarmee een sterk melancholieke stemming oproepend achter zijn toch al weemoedige, wat schorre stem. Dat de in 2022 overleden Kelly Joe Phelps een van zijn idolen was, is hoorbaar in zijn door akoestische blues en folk geïnspireerde songs.

Drie van zijn nummers speelt Bayley solo, maar in de andere vroeg hij gitaristen

Continue reading

Coming Home ep – Sister Speak

Reso Nation

www.sisterspeakmusic.com

bestemming

De Canadese singer-songwriter Sherry Anne Nyberg bracht als Sister Speak sinds 2014 achtereenvolgens een studioalbum, een EP, een livealbum en een studioalbum uit. Dat ze nu een EP met vijf songs uitbrengt, lijkt dan ook niet meer dan logisch. Ze hangen thematisch samen, want ze vormen een eerbetoon aan Vancouver Island, waar ze vandaan komt, al zijn de maatschappelijke verdeeldheid van tegenwoordig, vervreemding, de vreugde die de zon brengt en milieuvervuiling daar ook aspecten van.

Drie van die songs zijn een ingetogen combinatie singer-songwriter en folk, maar ‘Oh Sunshine’ heeft met zijn achtergrondzang en handgeklap sterke gospelinvloeden.

Toch past het goed in de sfeer die Nyberg op deze EP optrekt, net als

Continue reading

The Medicine – Miss Emily

Gypsy Soul GRS026CD

www.themissemily.com

grote dame

De Canadese blueszangeres Emily Fennell maakt als Miss Emily al meer dan twintig jaar muziek en nam vanaf 2014 drie studioalbums en een livealbum op. Ze kreeg in 2019, 2021 en 2023 diverse Maple Blues Awards en werd in 2022 ook genomineerd voor een Juno in de categorie Blues Album of the Year, de Canadese pendant van de Grammy, voor haar album ‘Live at the Isabel’. In haar vaderland is ze dus een gevestigde naam, maar in Europa een nieuwkomer.

Voorganger ‘Defined By Love’ werd geproduceerd door de Canadese gitarist Colin Linden en deze negen songs deed hij opnieuw. Waar haar vorige een goede bluesplaat was waarop Miss Emily weliswaar indruk maakte met haar nummers en zang, maar waar de muziek zich niet onderscheidde van die op heel veel andere bluesplaten, raakten zij en Linden hier een heel andere snaar.

Veel meer dan op dat album laten ze namelijk ruimte, al is opener ‘My Freedom’ nog swingend en uptempo: drummers Brian Owens en  George Recelli, bassisten Johnny Dymond en David Santos, toetsenist Michael Hicks en Linden spelen steeds groovend, maar laten de stilte spreken waar dat maar kan. Dat recept paste Linden bijvoorbeeld ook met succes toe op Jeff Plankenhorn’s ‘Alone at Sea’.

Daardoor kan Miss Emily niet alleen indrukwekkend uithalen, maar ook zacht zingen. Dat doet ze indrukwekkend in autobiografische teksten over het van je afschudden van het verleden, menselijke verbinding, verdriet over een aan drugs overleden familielid, haar dochter, de lusten en lasten van de liefde en een tragisch ongeluk tijdens een boottochtje. Dat Ann en Regina McCrary in drie songs meezingen en Jim Hoke in twee nummers saxofoonlagen toevoegde zorgt zeker voor extra sfeer, maar in de andere bewijst Miss Emily het ook solo meer dan af te kunnen.

Bovendien verwerkten zij en Linden invloeden uit roots, gospel en folk in haar zes eigen songs, een geschreven met Linden, een met The Tragically Hip-gitarist Rob Baker en een door haar muzikale mentor, Suzanne Pasternak. Zij transformeerde een gedicht van Miss Shannon tot een huiveringwekkende folkballad.

Net als in de andere nummers klinkt Miss Emily daarin emotioneel en evocatief: ze zingt haar teksten niet, ze is ze. Dat is ook zo in het afsluitende ‘Remember this Song’, waarin ze de band tussen haar publiek en haar ontroerend onder woorden brengt en benadrukt. Zo maakte ze een album met songs die meer doen dan indruk maken: ze definieert zichzelf door middel van haar muziek.

****

The Last Record Album Limited Edition Deluxe 4-CD Set

Warner/Rhino R2 727662/603497813865

gestolde tijd

Na de eerdere met outtakes en liveopnamen uitgebreide Little Feat-albums ‘Sailin’Shoes’, ‘Dixie Chicken’ en ‘Feats Don’t Fail Me Now’ komt Rhino nu met een vier cd’s tellend boxje van het vijfde album van de groep die in de jaren zeventig enig in zijn soort was.

Behalve het oorspronkelijke album bevat dat twaalf outtakes en alternatieve versies plus een Halloween-concert van 31 oktober 1975 van vijftien songs in het Orpheum Theatre in Boston, een van de vaste haltes van de groep tijdens hun vele tournees.

De acht nummers van het studioalbum van destijds zijn geremasterd en klinken indrukwekkend helder, zodat nog meer licht valt dan voorheen op de gecompliceerde, vaak slepend swingende ritmes van drummer Richie Hayward, bassist Kenny Gradney en percussionist Sam Clayton, terwijl Bill Payne’s toetsen en de gitaren van Paul Barrere én Lowell George net zo opvallen. George’s slide heeft ook op dit album die even geknepen als zangerige, altijd direct herkenbare toon, want hij speelde zoals hij zong: lang trekkend aan de noten, ze buigend en vrij fraserend.

De voor de groep nieuwe invloeden van de destijds populaire jazzrock springen daarbij het oog, net als het feit dat voorman George maar drie van de acht songs schreef. De muziek van een van die drie schreef hij ook nog eens samen met Hayward, terwijl dat onnavolgbaar drummende enfant terrible toch niet vaak bijdroeg aan de composities.

Dat kleine aantal composities zou te maken gehad kunnen hebben met het feit dat

Continue reading
« Older posts