Joni Mitchell mag dan niet langer muzikaal actief zijn, de belangstelling voor haar werk flakkert weer op door de release van de door haar samengestelde overzichtsbox Love has many faces: a queartet, a ballet waiting to be danced en het uitkomen van Both sides now, een boek van Malka Marom over Mitchell’s carrière.

Voor de Guardian’s Sean O’Hagan is dat reden Mitchell’s  albums  uit de eerste helft van de jaren zeventig te vergelijken met het werk van Bob Dylan.

O’Hagan vindt dat Mitchell’s Blue, For the roses, Court and spark, The hissing of summer lawns en Hejira werk beter zijn dan het werk van de mompelende bard en wij zijn dat van harte met hem eens. Nu zegt dat laatste misschien niet zo veel, maar O’Hagan won al in 2003 de prijs voor interviewer van het jaar, onder meer voor portretten van voetballer Roy Keane en Beach Boy Brian Wilson en won in 2011 een prijs van de Royal Photographic Society voor zijn stukken over fotografie.

Schrijven kan O’Hagan dus wel, als hij betoogt dat de kwaliteit van haar composities en arrangementen haar onderscheidt van om het even wie.

Hij gaat in detail in op elk van die vijf albums in een lang en rijk stuk, dat alle fans instemmend zal laten knikken en anderen hopelijk zal overhalen die albums eens te beluisteren:http://www.theguardian.com/music/2014/oct/26/joni-mitchell-blue-hissing-summer-lawns-court-spark-hejira-dylan